E voto Dordraceno - pagina 97
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. V. HOOFDSTUK
God toe? Mag
zoo geheellijk aan zijn
ook
God de levende kiem
keld laten, waarvan
wat
geborgen
in zijn zedelijken akker
En kan
Heeren?
zijns
eenig
één
onzondig,
ooit
hij
in
ligt,
91
II.
één zaadje onontwik-
ooit
hem
ingeplant heeft? Is al
dan niet het
één eenige Nathanaël,
al
heilig zaaikoren
ware
kiempje scheppen, waaruit
zedelijk
tienwerf
hij
iets
heiligs zou
voortkomen, dat niet voortkwam uit de gave zijns Gods?
beging een mensch dan ook slechts éénmaal één enkele zonde, en
Al al
ware
denkbeeld
het
neen), dat daarna gansch zijn bestaan en
(des
onzondig en volkomen heilig ware, dan nog zou die ééne zonde,
aanzijn
ééne tekort nooit en in der eeuwigheid niet in te halen
dit
kunt ge
Nooit
Wat
uw God
voor
doen, of ge moest het toch doen.
iets
Uw God
Hij niet gebiedt wil Hij ook niet.
extra
komt dus
gedachte.
boven
of iets buiten en
plichtsvervulling
ondenkbare
En van
zijn.
met een
eens verrassen
uw
een gansch
plicht, is
overdoen wat eens zondig verdaan wierd,
nooit iets.
Maar, en
dit
nu
mer door en kan
beslist alles, zelfs die gunstiger onderstelling gaat
nim-
Zulk een onzondige Nathanaël bestond
niet doorgaan.
nooit en zal nooit bestaan.
Want
wandelen,
te
een
nooit
op
met een volkomen hart en ganschelijk
levensweg
onzen
God
wel verre van, na boete en berouw, nu van stap tot stap op al
enkele
er
is
zelfs bij
die niet, hoe
stap,
een
Zelfs
kind van
goede werken
mee
afbetaalt,
mee
baarheid o.
in
bij
Onze
zeggen
niet
door
den Heere.
heeft nooit een eenig goed werk.
Gods kind komen, dan
maar
zijn
God
die er
belijdenis heeft het zoo
wil:
van
God
ongemerkt ook, toch het
weer
stof
toch weer bezoedelt.
is
hem
dat niet in
hij
En
als
er
God
die er zijn
nieuwe schuld van dank-
zet.
God gehouden
niet
hem
en
zijn voet doet stuiven,
rein voor onzen
den allerheiligste van Gods kinderen,
Als
ons,
voor
we
wonderschoon uitgesproken. „Wij
onze goede werken, en niet Hij in ons."
dan
al
maar kregen
eenig goed werk doen, dan krijgt wij
dat
God aan ons verschuldigd
van God, zoodat de is,
maar
veeleer
prijs
door
zijn
Wat
God
dat
er voor
ons aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's