Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 97

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 97

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. V. HOOFDSTUK

God toe? Mag

zoo geheellijk aan zijn

ook

God de levende kiem

keld laten, waarvan

wat

geborgen

in zijn zedelijken akker

En kan

Heeren?

zijns

eenig

één

onzondig,

ooit

hij

in

ligt,

91

II.

één zaadje onontwik-

ooit

hem

ingeplant heeft? Is al

dan niet het

één eenige Nathanaël,

al

heilig zaaikoren

ware

kiempje scheppen, waaruit

zedelijk

tienwerf

hij

iets

heiligs zou

voortkomen, dat niet voortkwam uit de gave zijns Gods?

beging een mensch dan ook slechts éénmaal één enkele zonde, en

Al al

ware

denkbeeld

het

neen), dat daarna gansch zijn bestaan en

(des

onzondig en volkomen heilig ware, dan nog zou die ééne zonde,

aanzijn

ééne tekort nooit en in der eeuwigheid niet in te halen

dit

kunt ge

Nooit

Wat

uw God

voor

doen, of ge moest het toch doen.

iets

Uw God

Hij niet gebiedt wil Hij ook niet.

extra

komt dus

gedachte.

boven

of iets buiten en

plichtsvervulling

ondenkbare

En van

zijn.

met een

eens verrassen

uw

een gansch

plicht, is

overdoen wat eens zondig verdaan wierd,

nooit iets.

Maar, en

dit

nu

mer door en kan

beslist alles, zelfs die gunstiger onderstelling gaat

nim-

Zulk een onzondige Nathanaël bestond

niet doorgaan.

nooit en zal nooit bestaan.

Want

wandelen,

te

een

nooit

op

met een volkomen hart en ganschelijk

levensweg

onzen

God

wel verre van, na boete en berouw, nu van stap tot stap op al

enkele

er

is

zelfs bij

die niet, hoe

stap,

een

Zelfs

kind van

goede werken

mee

afbetaalt,

mee

baarheid o.

in

bij

Onze

zeggen

niet

door

den Heere.

heeft nooit een eenig goed werk.

Gods kind komen, dan

maar

zijn

God

die er

belijdenis heeft het zoo

wil:

van

God

ongemerkt ook, toch het

weer

stof

toch weer bezoedelt.

is

hem

dat niet in

hij

En

als

er

God

die er zijn

nieuwe schuld van dank-

zet.

God gehouden

niet

hem

en

zijn voet doet stuiven,

rein voor onzen

den allerheiligste van Gods kinderen,

Als

ons,

voor

we

wonderschoon uitgesproken. „Wij

onze goede werken, en niet Hij in ons."

dan

al

maar kregen

eenig goed werk doen, dan krijgt wij

dat

God aan ons verschuldigd

van God, zoodat de is,

maar

veeleer

prijs

door

zijn

Wat

God

dat

er voor

ons aan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 97

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's