E voto Dordraceno - pagina 390
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIV. HOOFDSTUK IV.
384
Maar
uij nu niet konden geboren worden anders dan iu schuld
terwijl
en zonde,
geboren „heilig, onnoozel en onbesmet, afgescheiden van
hij
is
de zondaren.'"
Vraag
7
natuur alzoo
is
In
had
de Catechismus geleerd, dat in het paradijs ,onze
verdorven geworden, dat wij allen in zonden ontvangen en
De
geboren worden."
erfzonde wordt hier alzoo afgeleid uit de schuld die
Wat
op onze natuur rust.
uit vleesch
deze bedorven natuur opkomt,
Onze
zegt
Confessie
verdorvenheid
in
er
Christus
de
„deze erfzonde
dat
van,
en een
gebrek,
erfelijk
met
lichaam
kan
natuurlijk
dit
van
spreken
is
zonde
En
ondenkbaar.
geheel
Van zonde
niet.
zondigen al zondigt
hij
een
in
een
is
waarmede de
hunner moeders lichaam".
zou reeds in
hij
Nu
deze zonde besmet zijn geweest.
heilige
Wie
ons geslacht, door den wil des mans, als
uit
onzer één geboren, dan kon het niet anders, of ook
moeders
vleesch.
is
zonde bevangen.
15
art.
kleine kinderen zelfs besmet zijn in
Ware dus
geboren wordt,
zelf in
natuur
geheele
der
is
bij
die
daarentegen
den Zoon van God te spreken,
zondige
of
ieder
zijn
De zaak
heiligheid.
leert,
zelve
is
dat de Christus wel kon
loochent zijn Godheid.
feitelijk niet,
al stond het vooruit vast, dat dit niet kon, het moest dan toch in de
Maar
En
ontvangenis en geboorte zelve afgesneden zijn. dit geheele denkbeeld, dat
„ontvangen
den
uit
is
dit nu,
de afsnijding van
het wat de Christelijke kerk belijdt
met het
maagd
Maria."
Geest, en geboren uit de
Heiligen
Dat Christus zonder zonde en buiten zonde was, heilig, onnoozel, onbesmet van
afgescheiden
en
zondaren, leert heel de Schrift, en ook reeds
de
aan Maria was het aangezegd: „Dat
heilige, dat uit
u zal geboren worden,
Gods Zoon genaamd worden!" En zonder dat we nu dieper indringen
zal
in de vraag, hoe het toeging, dat de ontvangenis uit
de geboorte uit de
en
erfzonde
buitensloot,
ontvangenis
maagd
zoo
Christus
de
ingeboren wierd; 2. dat
had;
3".
dat
uitgesloten;
de
en
4".
Het tweede punt nooit
zonde
van
zonde te
noch
maken
binnen
uit
niet hij
zondige dat
Maria, den overgang van de erfschuld en
hij
toch
het
is
den Heiligen Geest
ons
«iï
tastbaar, dat 1". krachtens deze geslacht,
niet evenals wij in
bijmenging
bij
maar
in ons geslacht,
Adams lendenen
zijn
als onzer één was,
ontvangenis geheel was
maar „onzer één"
vloeit vanzelf uit het eerste voort. In
ook
schuld
had, droeg hij
geweest. als
ze,
hem voortgekomen
;
gezondigd
Voor zoover
hij
niet.
den Christus
van buiten opgelegd, en niet
evenals het
lam
is
met schuld en
in de
ofiferande
als
de
zonde van den offeraar draagt, zonder dat er innerlijk tusschen het leven
van dat lam en
die
opgelegde zonde oorzakelijk verband bestaat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's