Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 330

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 330

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

XLV. HOOFDSTUK

ZOND.

332

God een raadslag was;

heid in

der

geschiedenis

voor

leven

alle

wereld

dat deze raadslag in het verloop van de

wordt uitgevoerd; en dat heel het progam van personen

en

volkeren

„Mijn raad zal bestaan, en Ik zal

Doch van

dit zoo,

is

een

de smeeking van een geheel volk, den

ook

of

om

Heere onzen God bewegen kunnen, te

het woord vol majesteit:

ligt in

mijn welbehagen doen."

al

waartoe dan nog het gebed ? Zou dan ooit het gebed

mensch,

eenig

II.

besluit te breken, zijn raadslag

zijn

veranderen, en alsnu niet te doen, gelijk het in het

gelijk

door

ons in onze gebeden

ons dan hooger wijsheid dan in

ook,

waar

de Heere

zijn,

om met

zoodat God,

te

En ware

dan

het

ware

niet

gebleven,

stel dit

uw gebed dan

tienmaal

Gods

en

stond, ware doorgegaan ?

Maar

willigen ?

Nu

beter,

plan

aannemen, dat God

zult ge daar

laat,

en heiliger voornemens varen

zijn wijzer

overeen te brengen, wat had

laat,

ware

al

om uw onheiliger

met Gods

majesteit

anders uitgericht dan scAnf^c ?

uw dwaas gebed

dat

achter-

en voornemen, dat zooveel hooger

zal wie oppervlakkig, ook in zijn gebed, ver-

met het voorleggen aan den Heere van

keert, daarop niet denken, en stil zijn

werd afgesmeekt? Zou er in

God den Heere

denken

dit zich niet

en dwazer verzoek in

wege

maar

spreken, inzag dat ons plan verkieslijk ware boven het zijne ?

eerbied te

Of

Hem

zijn bestel lag,

wenschen en begeerten voortgaan. Maar ge kunt dan toch

beseffen,

hoe juist een kind van God, dat ernstig ook in zijn gebed verkeert, en de

wegen des Heeren gadeslaat, soms huiverig voor

God

zijn ze

naderen. Het

te

Of

grijpen.

is

om met

zal zijn,

zijn

gebeden

toch zoo, dat van tweeën één moet plaats

onze gebeden veranderen niets aan Gods raadslag, en waartoe

dan noodig? Of wel, ze bewegen God,

deren, en dan zijn ze schadelijk.

Dan

om

zijn

raadslag te veran-

toch vergaat het ons, niet gelijk de

Opperste wijsheid het over ons beschikt had,

maar

gelijk ons

bekrompen

inzicht het begeerde.

De vraag: „Waarom bidden we?

Is ons bidden wel noodzakelijk ?" is uit

dien hoofde in het minst geen zinledige vraag, en kan en moet zelfs nog

verscherpt worden in die sterkere bedenking: „Is ons gebed niet schadelijk,

u

en bleve het niet beter geheel achterwege ?" Die vraag komt niet

op, en heeft

bij

geen reden van bestaan, zoolang ge zwevende en onware

gedachten omtrent

uw God

hebt, gelijk de wereld zich die formeert.

Een

uw smeeken zachter moet gestemd en tot meer liefde bewogen worden. Een God zonder hoogere wijsheid, die zich en de die uw hart niet doorgrondde gedurig vergist in zijn voornemen soort

wreede

God,

die

door

;

;

diepte niet peilt van

geen raadslag van uur

tot

nam

uw

nood. Of ook een God, die

bij

den dag

leeft, die

en geen eeuwig voornemen beraamde; en die zich nu

uur schikt naar den gang van het werk, en het aanziet hoe

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 330

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's