Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 306

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 306

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XII. HOOFDSTUK IV.

300

wat Petrus aldus uitdrukt: „Gij offeranden op

En

Gode aangenaam

offeren, die

te

van Christus behandelt, staat evenzoo tot ons dan door

vrucht

der

hem

Gode

altijd

Naam

lippen, die zijn

alle

kinderen Gods gezegd: „Laat

opoflferen eenc offerande des

En

belijden."

de weldadigheid en de mededeelzaamheid

Om

moet men dus terstond en van meet soort

bij

:

i.

de

„Ver-

want aan zoodanige

niet,

ingewikkelde stof tot helderheid van inzicht

deze

in

voegt er

hij

d.

lofs,

God een welbehagen."

offerande heeft

lei

door Christus Jezus."

zijn

den brief aan de Hebreen, die zoo breedvoerig het eenig Priesterschap

in

geet

om (/ecsieZi/A-e

een heilig priesterdom,

zijt

van

omgaan. De

offeranden, die geheel buiten de zonde

zijn

geraken,

onderscheiden. Er zijn namelijk offeranden voor

offerande

de zonde, en er

te

af scherp en streng tusschen tweeër-

kunnen we gemakshalve de offerande der verzoening noemen, de

eerste

andere de offerande des danks, des lofs en der liefde.

Neem nu Adam bij hem toen

vóór

den

geen

sprake

offer

der liefde ém des lofs was ook

zonde

gekomen ware,

altoos

gebleven

de

Fontein

zijn,

Wezen, dat we eenig loven

zouden.

weer

en

bestaan

En

blijft.

want

God

zal

de

we

dat

Heere

Denk

dat er nooit

ook dan gebleven

zou

danken,

eenig

ook

toch

zijn,

meer

Niet

schuldig.

zijn

het Allerbeminlijkste

de Aanbiddelijkste Majesteit, die we eeuwig

lieven,

vandaar,

vernietigd

God

zijn

de offerande van dank en liefde en lof

zou

die

maar de offerande des danks,

wezen,

hij

toch

goeden,

aller

en natuurlijk kon er van een zoen-

val,

het

als

de

altoos

zoenoffer,

zonde gebroken, verzoend

die

tweede

maar wel het

offerande

soort offer

van

lof

en dank en min.

Omdat worden

nu

met

onze

gehouden

door

de

wij

zonden

vraag:

te worstelen hebben, en

offerande

een

maar een goed

bijzaak;

Christenmensch

valsche en onware voorstelling toch geen voet geven

Gereformeerd wil

de

vooral

niet

d.

i.

vooral niet, zoo hij

;

van de offerande der Verzoening, maar daarna

minder breed van de Dankbaarheid, lofs.

En dan

inzicht, zoo ge wel vat,

anders behelst dan al

deze

vat het dan ook heel anders op, en handelt wel eerst

Verlossing,

danks en des

mag aan

zijn.

De Catechismus

van

af?

óns wel de offerande voor de zonde hoofdzaak, en die tweede soort

lijkt

van

altoos op

Hoe komen we van onze schuld

uw

eerst krijgt ge in

d.

van het

offer des

een helder

dat heel het derde deel van den Catechismus niets priesterschap, het priester-zijn en als priester offeren

Gods kinderen onder en door Immanuël.

De zaak komt dan

i.

uw Catechismus

ook juist omgekeerd te staan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 306

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's