E voto Dordraceno - pagina 541
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
kunnen,
ge
dat
kunt
niet
541
VI.
wat er niet
sterken,
maar nog pas zou
is,
moeten komen.
Nog minder mag
intusschen gezegd, dat de Doopsgenade gezocht moet
genadewerkingen, die God de Heere in de takken
onderscheidene
de
in
van ons persoonlijk bestaan spreidt; want immers de Doop
noch
ziet
uit-
sluitend op onzen wil, noch op ons verstand en onze verbeelding, en heeft
geen bijzonderen invloed op de eigenaardige talenten van
God u bekleed
het sieraad waarmee
en
uw
persoon, of
De Doopsgenade werkt
heeft.
generaal
voor allen dezelfde.
is
En nog omdat
minder kan er dus sprake van
veel
maar
ze niet keer op keer herhaald wordt,
Van
grijpt.
We genade
het
Avondmaal zou
heilig
Doop
niet.
mogen
dus
heiligen
dat de Doopsgenade
zijn,
genade zou thuis hooren, die op de vrucht werkt, eenvoudig
in die derde
slechts
éénmaal plaats
nog gelden kunnen, van den
dit
geen andere slotsom komen, dan dat de Doops-
tot
geen dezer drie kan worden opgenomen, maar een geheel eigen
in
karakter draagt, en dat derhalve de sacramenteele genade, die ook in den
Doop
heiligen
werkt,
van een eigen het dus
Zij
moet
toch
soort,
al,
dit
sacramenteele
beschouwen
te
als
is,
een aparte genadewerking
met geen andere op één
die
lijn
kan worden gesteld.
dat de heilige Doop den Heiligen Geest doet ontvangen, zoo opgevat, dat de Heilige Geest hier in een bijzondere
werking
voorkomt,
kingen van den Heiligen Geest
van
die als zoodanig
onderscheiden
te
alle
andere wer-
is.
Vraagt men nu, waar het terrein voor deze geheel bijzondere en eigenaardige sacramenteele genade
„We
door éénen Geest gedoopt
zijn
IV
ook Ef.
:
dan
ligt,
^o<
„Eén Heere
5 wees:
is
wijst
1
Cor.
XII
:
1
3 ons het spoor.
^^w ZjcAaaw." Juist hetzelfde, waarop het,
één geloof, één doop.'' Immers
„Eén lichaam
ook
hier
Om
deze sacramenteele genade te verstaan hebt ge dus slechts hierop te
letten, lid
dat
van
Christus al
in
recht
u
gaat onmiddellijk vooraf:
gij
ééne
het lid
als
mensch
van een lichaam
lid
lichaam
der
;
zijt.
het en één
u persoonlijk genade gewerkt wordt,
komt de genade
eerst zoo ze niet op
tevens in verband zet
Eenvoudig
dit
omdat
Als schepsel uit
is
niet genoeg.
eiland leeft wel,
mensch
er
En
zoo
nu ook
is
Of dus
Tot haar
op
maar toch aangelegd
hij is,
bij
hoort.
heeft geen
om
organischen saamhang met anderen te leven, en dit in zijn leven
uitkomen.
Adam
u alleen werkt, maar zoo ze
met dat lichaam, waar ge organisch
de
Geest."
en als nieuw schepsel in
van het ééne lichaam der volmaakt rechtvaardigen.
Eén man op een onbewoond leven.
menschheid
is
in
een
te zien
het met den nieuwen mensch in Christus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's