E voto Dordraceno - pagina 394
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
:
394
XXIV. HOOFDSTUK
ZOND.
greep deze waarheid, toen
Bilderdijk
Krekelzangen, van den HU,
VI.
den eersten Bundel zijner
in
hij
Vrijen wil zong
door zich
hij alleen is vrij, die
zelf bepaald.
Gewijzigd, en bestemd, en zelfgenoegzaam Wezen,
Van nergens In
't
ingevloeid op alles uitgestraald,
—
nietigst stofken
indruk geeft te lezen.
zelfs zijn
Vermeet ge 't u o Mensch? Gij vrij zijn in uw wil? Afhangling van 't heelal, en vreemdling aan u zelven, Met lijf en ziel geboeid aan d' ijzeren molenspil, En machtloos om den grond uws aauzijus op te delven! o Ja, gü kunt het. — Ja; maar met uw God hereend. In God, en met dien God door God als God bewogen, Zie daar u 't dierbaar pand der Vrijheid weer verleend! Wie andre Vrijheid roemt, roemt zelfbedrog en logen. Neen, stervling, neem den band van Wet en Zeden aan. Of laat uw hals in 't juk van Hel en Waereld klinken; De Christen slechts is vrij, en streeft ten hemelbaan, Zijn wil is
nu
Dit
hebben,
Gode
wat
is
waar
het,
is
't,
gestarnt' aan
't
hemels trans doet bUnken.
's
op aanliomt. Een volstrekt „vrijen wil"
het
alleen toekomt, en
De mensch
ondenkbaar.
die
is
voor elk schepsel volstrekt
een deel van het heelal in dat heelal ingevoegd
is
;
mee bewogen
de beweging van dit machtig raderwerk
in
het streven des menschen tegen den wil van zijn worstelt hij voor niets, en wordt eerst
maar
streeft,
men
Ziet
/«eestreeft in het dit
mensch een op
nu
niet in,
zoolang
men
ongerijmde
om
dwaze
die
zijn
God.
men
zich
nog altoos
stelt
wezen
een
spil,
is,
en
dus
een oliedrop op de wateren, een
handhaaft,
voorstelling
doen
standpunt uitgaande redeneert zeker
van
zijn zaligheid,
opoffering
kost.
van
strijd
dien
wat
men dan
Jezus heeft
wereld zou dus dat kind van
doen en het kwade
kon,
dan
wordt
en
zelf
hij
En
draagt
stelt
zijn zedelijke
wilde.
aldus:
En van
!
dit
valsche
hem
volbracht.
hem Waarom
hij
En
is. dit zoo,
dan
ziet
nu ter
het goede te
inspanning en zou
is
Wat strijd
en
dan de moeite
niet sparen, en niet eenvoudig zorgeloos weg, naar
lust zijns harten voortleven!"
dit
krachten
„Dat kind van God
alles voor
toch
men
het zich voor,
God nog kunnen bewegen, om
hij
natuurlijk,
een los op zich zelf staand
wijs,
te haten, vooral zoo het
Zalig
voor, dat een
die in zich zelven rust.
van God, op even dezelfde
beschikken,
gelijk
werken van
dan
wezen ware, dat geheel vrijmachtig over zich kon
zijn
en dus niet langer tegen-
denkbeeld ook op den geloovige over, en
alsof een kind
Eu dan
„met
als hij
zal,
zich zelf staand
geïsoleerd rad, draaiend
is hij onvrij,
Schepper geworden, nu wil
zijn
machtig raderwerk loopen
wil dat het
en zoolang dus
;
ingaat,
onwillig toch meegeslingerd.
hij
God hereend" en „eenswillend" met God
God
van vrijheid voor den mensch weer sprake,
er
is
te
den
ge immers hoe deze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's