E voto Dordraceno - pagina 402
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
396
XV. HOOFDSTUK
ZOND.
ons
eigen
kapitaal
mensch
ieder
voelt
met ons goed; misbruikende een door ons geschonken
huis;
schendende
;
II.
een
ons verleend vertrouwen.
door
En
reeds dan
in zijn nieren, hoeveel schandelijker dit het misdrijf
maakt; en hoeveel heeter
is,
komt het
uit,
dan niet de ontbranding van
onzen toorn!
Maar
nu,
goed
zijn
God
bij
Hem
Tegenover
den Heere
alle
is
door zijn kracht gedaan. Als een booswicht de hand van
en
om
een moeder nam, en die misbruikte
gruwen
geen banger
aan
het
haar zuigeling
van
hart
die
worgen, kon er
te
moeder worden aangedaan
gestadig ingaat tegen het Eeuwige Wezen, als dag aan dag de zon-
dat
daren
vingeren van zijn goddelijke hand misbruiken
de
den door
Denk
nu
dit
in,
en
zult
gij
al
hun zon-
Gods toorn althans eenigermate
verstaan.
vuur", waarbij geen onzer wonen kan.
„verterend
dat
waarom
vatten,
om
te zetten.
Verstaan
„toorn, grimmigheid, verbolgenheid",
om
in kracht zijn,
En
ook
woorden klimmend
het afgrijzen en gruwen van alle zonde in den Eeuwige
drukken.
uit te
Ge kent uitstrekt,
u
dit alles in het oneindige versterkt.
is
zonde volstrekt in zijn huis, voor zijn oog, met
het woord reactie. Reactie, zooals ge vanzelf de hand afwerend
ge
als
naderen
een
insect
wat
uw
lijk
reageeren
van
zijn goddelijke
leven niet duldt.
Omdat
Hij
langs
uw
hals voelt kruipen of een ondier
om u te vrijwaren tegen de aanraking van En zoo nu is ook de „toorn Gods" een godde-
Reactie,
voelt.
tegen
heilig
zonde en ongerechtigheid. Een afwerend uiten
alle
om
mogendheid, is,
de zonde verre van zich te houden.
toornt Hij vanzelf, noodzakelijk en rusteloos tegen
alle onrechtigheid in zijn schepsel.
En
deze toorn brandt door, en brengt
aan het zondig schepsel den dood.
Toch
is
Gods
aan
houden.
deze toorn Gods geen vuur dat brandt alsof het wil
onttrokken
houdt
Hij
zijn
zou
zijn.
dat branden
bij
De Heere vermag den
toorn in
toorn niet in eeuwigheid (Micha VII:
kan zich wenden van de hittiyheid zijns toorns (Deut. XIII een oogenhlik in zijn toorn,
XXX (Ps.
6).
:
LXXIV:
gedenkt
Ware volle
Zijn toorn
hij
1).
maar
Zijn toorn
dit niet zoo,
18). Hij 17).
Er
is
een leven in zijne goedgunstigheid (Ps.
kan een weinig en
veel ontbranden. Hij
kan uitgesteld
des ontfermens (Hab.
:
te
Hl:
(Jes.
XLVQI
:
9).
kan rooken
In den toorn
2).
en ware de toorn des Heeren terstond in het Paradijs in
kracht uitgegaan, zoo zou opeens de aarde verteerd
zijn
en de hel
geopend. Dat er sinds het Paradijs nog een leven op aarde mogelijk was, is
het ophouden en inhouden van zijn toorn.
dat ook
gij
persoonlijk niet reeds lang verteerd
Een daad van genade. En zijt,
maar nog
leeft
en in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's