E voto Dordraceno - pagina 519
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND. Dit
519
III.
zoo voor de hand, en sprak zoo vanzelf, dat er bijna geen volk
lag
bekend
dat
is,
niet
mindere of meerdere mate, heilige wasschingen
in
zinbeeld van innerlijke reiniging en ontzondiging heeft ingevoerd. Zoo
als
was
het
Babyion en Egypte, zoo was het
in
men
zoo vindt
het nog
Hiermee
den Griek en Romein,
heidensche eerediensten. Het waterbad lag
alle
bij
natuur zelve aangewezen,
in de
bij
als
het zinbeeld van verlossing van zonde.
overeenstemming vinden we de aanwending van onze was-
in
Wet
schingen of baden dan ook in de
die
God aan
Israël gaf. Die
gaat niet buiten de natuur om, maar sluit zich bijna op elk punt,
toch
om
aan Gods ordinantiën in de natuur aan, en strekt slechts de
van het natuurlijke nog
beteekenis
herinnert u uit Lev.
den
in
Wet
XVI
te
verfijnen en te veredelen.
4 hoe Aaron en
:
heiligen dienst door
zijn
zonen
aan het heilige toekwamen,
zij
zich opnieuw aan zulk eene wassching onderwerpen moesten.
Het koperen
het heiligdom was zelfs het zichtbare teeken, waardoor dit
in
wasschen
zinbeeldige
Ge
hun intreden
bij
Mozes moesten gewasschen worden, en hoe,
zoowel de priester als de Leviet, zoo dikwijls
waschvat
den zin en
van den eeredienst wierd
tot een vast bestanddeel
gemaakt. Vandaar dat deze wassching steeds geboden wordt, zoo dikwijls er sprake
een
van onreinheid,
is
had
doode
aangeraakt,
hetzij
bij
door
of
den melaatsche,
hetzij
bij
hem
eenige andere oorzaak onrein was
geworden. Niet alsof het waterbad op zich zelf genoegzaam was, er wézenlijk-schuldige onreinheid altoos de offerande
bij
die
kwam
maar het grond-
bij,
denkbeeld van reiniging door water gaat toch in heel Israëls eeredienst door.
Nooit
wordt
de
wassching weggelaten, en steeds komt het water
om
als
van
tusschenbeide,
God verordend
wezenlijk, deels profetisch, de
En
wegneming der
symbool, deels
en
zielsonreinheid aan te duiden.
Wet
deze grondgedachte nu wordt uit de
nomen en
middel
door de Profetie overge-
toegepast op die machtige verandering, die te
komen
stond, als
de Messias onder Israël zou verschijnen. Aldus toch luidt de sprake des Heeren bij
Ezechiël, Kap.
en
gij
goden
zult rein
uw
mijnen
:
25
worden; van
u reinigen
zal Ik
nieuwen geest uit
XXXVI ;
— 28 alle
geven
in
^Dan
zal Ik rein water op u sprengen
uwe onreinheden en van
uwe drek-
al
en Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een
van u geven
in het binnenste
vleesch wegnemen, en zal
Geest
:
en Ik zal het steenen hart
;
u een vleeschen hart geven
het binnenste van
u.
Ik zal
;
maken
en Ik zal dat
gij
in
mijne inzettingen zult wandelen, en mijne rechten zult bewaren en doen."
gedachte
Gelijke
toeroept
wordt." profetie
:
„
En
ligt
Wasch uw niet
in
wat de Heere
bij
Jeremia (IV
:
14) aan Israël
hart van boosheid, o Jeruzalem, opdat
minder
stellig
van Zacharia (XIII
:
1)
:
ligt
gij
behouden
deze gedachte uitgesproken in de
„Te dien dage
zal er eene fontein
geopend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's