E voto Dordraceno - pagina 432
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XL VI.
ZOND.
434 oogenblik verkeert
maar dat
;
Ware
oogenblik niets van.
HOOFDSTUK
en
is
ook al gevoelt ge er op het
zoo,
blijft
II.
het anders bedoeld, zoo zou onze Catechismus
kunnen zeggen, dat Jezus door den Vadernaam de rechte
nipt
toch
zou
zijn
die
;
én
Vader
bevonden
te
Ome
wij
God
zijn
is
En omdat nu God
Vader
alzoo
naam noemen
kindschap
onderging,
zijn
wezen. Al wat vader heet op
en alleen uit dit Vader zijn van
is,
Uw
zullen.
maar wel
uw zonde
vernietigen, heeft
meer
is,
maar hoe
maar
verre
De
zijn.
met
Wat
Vader door Christus geworden
is,"
geworden zou
daar er immers
bij
betvustzijn, in onze
Vader
te
zijn.
geven.
hadden
onzen
in
gij
zeggen
/-jwc? :
„
ze
alleen
is
voorstelling
te
te
is
is
weg voor
Hem :
ontleent,
worden,"
heb gezondigd
ik
„God onze
staat, dat
ook nooit zóó verstaan, alsof dit
kunnen,
noch schaduw van omkeering?
wat Hij voor ons
besef,
voor ons
geworden. Voor ons had Hij opgehouden zijn eere als
Onze Vader
niet
Maar
wij
verdorven, en wisten het niet meer.
En
en bleef daarom wel Vader eeuwiglijk.
bidt, zegt alzoo
steun
u het
vader terug-
tot zijn
Ome
sluier weg, en zegt ons:
Vader, die in de hemelen
Dat ook ons vertrouwen op de verhooring van ons gebed dernaam
dezen
geen kind
hij
genaamd
Vader,
Antwoord 120
God geen verandering
was
als hij
uw
mag dan
daarom komt Jezus nu, en neemt den wanneer
te
Daarom konden we Hem
Hij
in
nog ondoor-
in
wat Hij vroeger niet was. Hoe zou
zijn,
„geworden."
dit
God
verloren zoon voelt dat
En daarom,
als hij dit uit spreekt, begint hij
Neen,
bij
van het Vaderschap van God
„Ik ben niet meer waardig
tegen den hemel en tegen u."
iets
God
ver hij ook afdoolde, hij kon nooit teweegbrengen dat
vader ophield vader te
keert heet het:
Wezen
zonde heeft wel gemaakt dat
veeleer het Vaderhart van
grondelijker ontferming ontvonkt.
meer
bevinden
is,
voortkomt, daarom zegt Jezus ons, dat wo het Eeuwige
God
Hem
en hoe we
Hij
afgedoolde en verloren kind geheel de stroom der genade
het
voor
heerlijken
zijn
hoe
leert, niet
draagt van zijn vaderschap slechts de afschaduwing en het beeld.
aarde
ook
als
Jezus ons hiermee
Vader. Vader te
is
Nu
eerst in ons wilde wekken.
van die aanroeping van onzen God
maar hoe
zijn,
stemming zou
die
;
en alzoo zou er geen sprake van
;
stemming nog
hieruit, dat
hebben
God
zullen.
Dan
stemming aanwezig
in onze
gebed uitdrijven
tot
maar wakker wezen
juist dit het doel blijkt
is,
dan
zelve zou
dat Jezus die
zijn,
daarentegen
én dat toevoorzicht
die vreeze
stemming
in ons niet slapen,
.kunnen
kinderlijke
het rechte kinderlijk toevoorzicht in ons verwekken wil.
en
vreeze
„Gij dan, zijt."
uit
den Va-
spreekt vanzelf; en tevens dat ons vertrouwen
op verhooring onzer beden juist door dien Vadernaam in het rechte spoor
wordt gehouden. Nogmaals
zij
hier uitgesproken, dat bidden óf aanbidding
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's