E voto Dordraceno - pagina 224
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
224
ZOND. XXII. HOOFDSTUK V.
weer
en
leveu terugkeeren, hadden blijkbaar geen heugenis van
het
in
met hen voorgevallen
wat
Anders
was.
zouden
één of meer der vele
dooden, die door een profetisch of apostolisch wonder in het leven wierden teruggeroepen, wel klaar en duidelijk geantwoord hebben op één der vele
hun
vragen, die
en
zoo tot
En
toen,
der
den dood opwekte,
gekomen
ons
zijn stellig
Ook de
zijn.
wel ondervraagd,
antwoorden gegeven hadden, zou hiervan de heugenis
ze besliste
wel
magen en vrienden gedaan
ongetwijfeld door
die Jezus uit
drie personen,
Maar
zijn.
van Lazarus vernemen we
zelfs
niets.
na Jezus' kruisiging, „de graven geopend werden en vele lichamen
heiligen
opstanding
zijn"
(Matth.
de
in
XXVn
menschelijke
waren
ontslapen
die
zijne
v.v.),
nieuwsgierigheid
kwamen
stad
heilige
52
:
de graven zijn uitgegaan en na
uit
en aan velen verschenen
het wel geen
lijdt
ook
heeft
twijfel,
of de
„velen"
deze
bij
gezocht; doch blijkbaar zonder een stap verder te komen.
gewone
bevrediging
Zelfs,
en hier
vooral dient nadruk op gelegd, de Middelaar, die in eigen persoon in dezen staat van berooving des lichaams verkeerd heeft, en daarna weer op aarde
menschen verscheen
onder
en met hen sprak, heeft na zijn opstanding
op dit aantrekkelijk en belangwekkend vraagstuk geen enkelen lichtstraal
doen vallen.
Men
heeft zich hierover verbaasd, en niet zelden van ongeloovige zijde
hieraan een bewijsgrond te ontleenen,
getracht
om
den terugkeer in het
leven van deze vele dooden in twijfel te trekken. Toch geschiedde dit ten
Keeds
onrechte.
uit
den slapenden
ons in den regel, dat we
het
van ons geheugen toch niets
inspanning al
overgang
den
bij
overkomt
toestand
te
's
in
den wakenden
morgens ons met
alle
binnen kunnen brengen van
wat er die zeven a acht uur in ons nachtbewustzijn omging en door-
leefd
is.
En
toch zeven a acht uur
is
zoo lang. Evenzoo
nu
laat het zich
zeer goed denken, dat een doode, die tijdelijk, gelijk Lazarus, in het leven terugkeert, een gewaarwording heeft als van een, die opwaakt uit een diepen slaap, en wel is
genoten,"
voelt:
„Er
is
doorleefd, er is gedacht, er is geleden, er
iets
maar met den besten
wil de
macht
het in zijn dagbewustzijn over te leiden. Zelfs
hoe
meer
ze zich inspannen
om
uit
is
niet kon inspannen,
om
het veler ervaring, dat,
een diepen droom iets in hun dag-
bewustzijn over te leiden, des te onherroepelijker de heugenis er van wegglipt.
Eerst
is
meent het nog naar uitstrekt
er dan te
om
nog een vaag besef van wat doordroomd
kunnen grijpen
Voor
onze zijn
maar zóó
als
is
;
men
ons denken er de hand
het op te werken, vliedt het schaduwbeeld achterwaarts,
er schuift een gordijn voor, en
existentie,
;
nadere
kennis
we
zien niets meer.
aangaande
we dus geheel en
dit raadselachtig deel
van onze
uitsluitend verwezen naar de enkele uit-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's