Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 508

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 508

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. L. HOOFDST0K

510 heel onze toekomst

maar

aan

rustig

En

iu.

die zullen

en

God

af.

in

eigen

den nacht scheidt den dag

Als de zon ondergaat gaat de dag

de zon straks weer uit haar tente te voorschijn treedt,

als

is

nieuwe dag begonnen. De indeeling van dag en nacht nu heeft

een

er

Onze slaap

van dien van morgen

heden

onder,

hand nemen,

niet in onze eigen

God toevertrouwen. Elke dag vormt een

onzen

kring, is een afgesloten geheel-

van

we

I.

de Heere gemaakt, en ons zullen ze tot teekenen

We zullen uit

zijn.

dien hoofde die grenzen tusschen dag en dag niet laten verflauwen noch

maar

uitwisschen,

ze

ze eerbiedigen.

De dag van morgen

zal voor zich-

zelven zorgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Onze zielskracht er

om

op aangelegd,

niet

te dragen.

De

is

de zorgen van meer dan één dag op eenmaal

we

zorge voor den dag, dien

beleven,

is

reeds genoeg en te

Dien dag ontvingen we van onzen God. Of ook de dag van morgen

over.

de onze zal behaagt,

zijn,

om

Wij weten het

zijn mysterie.

is

niet.

En

indien het

Gode

ons ook den dag van morgen te schenken, zal er ook morgen

een toegang tot den troon der genade

zijn,

om

alsdan voor dien dag

Hem

aan te loopen. Uit dien hoofde nu moet het gebed voor onze lichamelijke nooddruft tot den dag van heden bepaald en beperkt worden. Anders gaan

we van God op den de

in

Mammon

over en worden in de veelvuldigheden en

zorgen des levens verstrikt. Gelijk

uw Sabbath uw weken

indeelt,

ge die indeeling niet kunt versvaarloozen zonder uzelven de ruste en

en den

vrede

uwer

rooven, zoo ook deelt

ziel te

en wie ook die indeeling niet

om

ligt,

God

zijn

voor u te zorgen. Iets waarbij nog

aanwijzing

levensuren

in,

haar recht laat komen, verontrust noo-

tot

gemoed en gaat

deloos zijn eigen

uw dag uw

voorbij, die

opgemerkt, dat in

zij

om

op zich nam, dit

„heden^' de

eiken dag opnieuw te bidden, en zelfs tot op zekere

hoogte de aanwijzing

om

Onze Vader geen enkelen dag over

het

te slaan.

Juist toch door dat heden duidde Jezus aan, dat hij een gebed gaf voor

dagen.

alle

De bede het

was

aanschijns zult elk

om

vraagt

Paradijs

tot

gij

:

brood,

om

niets meer,

brood eten," en het

menschenkind eiken dag

zijn

God

is

brood en water genoegzaam

Buiten brood kunnen we dat

Eten stof

de is

stof

In

is

om

niet.

dit

gewone, droge brood, dat

om

is

God

een overtolligheid. Des-

het leven in stand te houden.

Ons lichaam

is

alzoo door

God geschapen,

in wisselt, en dat alzoo de stof in ons telkens afneemt.

er

dan ook

aanvullen,

niets bij dit brood.

heeft te bidden. Dat het onzen

behaagt, ons veelal meer dan brood te geven,

noods

om

den gevallen mensch gezegd: „In het zweet uws

feitelijk niets

wat

anders dan de verteerde stof door nieuwe

verbruikt werd vernieuwen.

Doch

stipt

genomen

is

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 508

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's