Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 423

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 423

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLVI. HOOFDSTUK in de Heilige is.

Zoo

van dat opheffen der

Schrift zoo telkens

Psalm CXLIII

in

8

:

gaan heb, want ik hef mijne

„Laat ons onze harten opheffen I

:

U

Tot

n

hef ik mijne

IJ.

ziel tot

tot

ziel op,

Maak

God

want

ik

weg dien Psalm

:

ik

41

XXV

aanspraakplaats zijner het daarom aanbe-

blijft

dezen onzen wandel in de hemelen te hebben, en te verkeeren in

volen

de Tente des Heeren.

Dan

is

het gebed het teederst, het

het warmst,

rijkst,

het meest bezield. Toch wordt toegegeven, dat dit niet altoos kan. Dikwijls ons hart door velerlei te geleid,

en

is

die

zeer gespannen, onze aandacht door

hooge inspanning der

ziel,

om

klimmen

alzoo op te

we dus

uit

de verte, tot onzen God die wel nabij

Vader in de hemelen

van onze

in

als

Dan bidden

we

dat

Hem

deze hoofdzaak blijven vaststaan, dat we

(t.

teekenis.

hetzij

we onze ziel

Aat

moet toch

opheffen, altoos

het ingaan in ons gebed den

bij

„Ik

stel

den

w. in mijn gebeden) geduriglijk voor mij." Eerst als onze

ziel

kwam,

hiertoe

die toch altoos onze

door het opheffen niet

uit,

Maar

uit.

Hem

handen naar

alleen onze

Heere ons hebben voor

Heere

maar

de oneindige hoogte boven ons, en wij strekken onze

handen biddend en smeekend naar hetzij

is,

dit nu drukt de Schrift

den God

tot

maar van onze handen naar den hooge. Dan denken we aan

ziel,

God

onzen

blijft,

en

is

allerlei te zeer af-

onzes levens en in zijn verborgen Tente in te gaan, ons onmogelijk.

dan

:

betrouw op U." Een gedachte die

Ook nu

of op velerlei andere wijze.

sTpiake

den morgen-

In Klaagliederen III

in den hemel." Of in

elders wordt uitgedrukt door het verschijnen voor de

heiligheid,

in

mij bekend den

U op.'"

God

ziel tot

„Doe mij uwe goedertierenheid

:

stond hooren, want ik betrouw op te

425

I.

En

te stellen, gelijk ons

heeft het al

is

David betuigde

noemen van onzen God

naam

zijn

bij

:

het dan, dat wij uit de verte tot onzen

ervaart toch de biddende ziel niet zelden, dat het

haar nederdaalt, dat ze betuigen mag:

„De Heere

is,

zin en be-

God

alsof

aan mijne

is

roepen,

God

tot

rechter-

hand, ik zal niet ivankelen."

Staat dit nu vast, dan ontstaat thans de vraag, met welken

God den Heere

in

den aanhef onzes gebeds hebben toe

allervolmaakste gebed

begint met de woorden:

hemelen

nu mee bedoeld, dat

zijt." Is hier

moet aanvangen ?

Stellig niet. Als

vertrouwelijken aanhef van

nen, dan zegt:

en

we

is

dit

leert,

het

juist

om

is

mogen doen; en

dat,

om

waar tot

wij

licht

Het

die in de

dien aanhef

zijt",

tehegia-

of onze Heiland tot ons

Maar

ik,

Getuige van den Vader, sta u dat toe." Stellig

het te veel gewaagd ware,

met

.,

wij

ons gebed met dien

„Onze Vader, die in de hemelen

een heerlijke vergunning. Het

„Gij, uit uzelven, zoudt dit niet durven.

uw

te spreken.

„Onze Vader gebed

elk

Jezus ons

naam

als

uw

ligt hier

ons zouden

Heiland

dus

in,

dat

inbeelden, alsof

den Heere onzen God met zoo vertrou-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 423

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's