E voto Dordraceno - pagina 461
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLVIII. HOOFDSTUK
naam
in den
hem van
Middelaars voor
zijns
zijn
I.
463
God op de
knieën werpt, omstraalt
zijden het klare, rijke licht
alle
van den vollen dag.
Dit nu vindt ook hier zijn toepassing. Wie door de inwerking van den Heiligen Geest in zijn hart ingeleid
Wezen,
beseft,
is in
de gemeenschap met het Eeuwige
van het heiligen van Gods
als hij
Naam
spreekt, dat die
Naam God zelf in zijn genade en openbaring is, en dat het heiligen dien Naam een ongeziene, ongemerkte arbeid van Gods genade in eigen binnenste
God
komt
waardoor
is,
En
staan.
te
even
bepaalds
nu daarna toekomt aan de bede
en
betreft,
zelven tot het Rijk
keert
zich zijn zielsverlangen
Heeren
aarde wordt dat verschil zeer wei gevoeld, waar sprake vorst. is
Den Czaar
heel
rijk.
Czaar
de
dan
anders
iets
Russische
glans
en
persoonlijk
te
uitstraalt. is
van God
Reeds op
van een aardschen
kennen
en te huldigen
heerschappij na te gaan in het machtige
van
het
reusachtig
gebied, waarover hij zijn
maar toch de persoon des vorsten en
En
in veel sterker zin
Wie Gods Naam ingaan
binnengaan,
,Uw
bestaat er tusschen beide verband, en ontleent
eere
en blijven ook zoo twee.
heid
zijn
Want wel
heerschappij uitoefent;
hier uit.
Rusland
:
dat deze bede iets heel anders,
hij^
waarin de heerlijkheid des
van
zijn
zuiverder in zijn zielsverhouding tot zijn
hij
als hij
Koninkrijk kome", dan weet en gevoelt iets
van
zal heiligen,
zijn rijk zijn
nog komt dat zelfde onderscheid
moet
in
het paleis zijner heerlijk-
in de tente zijner majesteit, zich
dekken laten
door zijn vleugelen, en tot persoonlijk verkeer, tot persoonlijke ontmoeting
en
omgang met het Eeuwige Wezen komen. Wie
tot persoonlijken
entegen
dit paleis zijner heerlijkheid, uit die tente zijner eere
i
daar-
oog richt op het komen van Gods Koninkrijk, gaat juist uit
zijn
heerlijkheid
slaan.
En
al
schouwiüg
is
uit,
om
in het Rijk
uitoefening zijner Goddelijke heerschappij gade te
de
zijner
nu
het
met de zon
dat de stralen der zon
zoo,
zelve schijnen
saSm
wetenschap u dadelijk, dat de zon zelve
iets
te
bij
oppervlakkige
vallen, toch zegt diepere
anders
is
dan het
licht dat
ze doet uitstroomen, en dat de vuurhaard die in de zon zelve brandt een
geheel ander iets
op
het
in
den
spreekt gelijk
en
ons
hij
is,
dan de koesterende werking die de zonnestraal oefent der aarde verborgen graan. Of ge van den Rijn
schoot
met
Zwitserlands
bergen
ontspringt,
maar de kenner weet daarom de eeuwige ijsbergen vertoont,
armen
zijn vele
zich over de velden van Duitschland
land uitbreidt, of wel van den Rijn gelijk
dan waar
iets
hij
En
in
poëtische
op de toppen van taal
één
schijnen,
zeer wel, dat de Rijn in zijn oorspong op
heel anders
kalm
Nederlandsche gewesten.
moge
hij
zijn
is
en een geheel ander schouwspel
weg naar den oceaan vervolgt door onze
op gelijke wijze nu zal en moet de kennisse
van Gods heiligheden hier onderscheiden. „Gods Naamheiligen"
sta,a,toTp
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's