E voto Dordraceno - pagina 563
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
563
IX.
deze macht niet wil gebruiken, zoo dikwijls de mensch zijnerzijds, terwijl het Sacrament verkrijgen kan, het Sacrament ongebruikt laat, en dus
hij
Omdat
veracht.
God
het Sacrament door
ingesteld
is,
is
het een daad van
ongehoorzaamheid, zoo wij het Sacrament ongebruikt laten of voorbijgaan.
En
zeggen
te
Ook
:
gebruik ik het Sacrament niet, toch zal
al
wel de genade van het Sacrament verleenen,
Heere verzoeken. Immers zonder
En
evenzoo nu
der
Sacrament
In
beide
voorbijgaat, en
uw
dit
zijn
gedaan hebben. Niet
omdat
ongedoopt
Hij kan ongedoopt sterven,
In
sterven,
En
is.
en
is,
hij
ook kan
er niet
laatste
dit
dat een kind van
u
is,
het leven te be-
bij
God verordend middel
een van
nu poogt
dekken
te
gevallen toch staan gelijk.
sterft eer
omdat
hij
de
van
tijd
Iemand
Doop daar
zijn
dacht gedoopt te
ongedoopt sterven, omdat
zijn,
terwijl
Doop
zijn
ver-
gaf.
nu kan
van een Doopsgenade, die toch door
er
kwalijk sprake zijn. Doopsgenade toch verleent
zijn,
de Christus alleen aan
alle
hij
hij
om
geval
Christus zou gewerkt
zijn
uitverkorenen, en
God levenslang zóó
nu
is
het toch niet denkbaar
onverschillig voor de goddelijke in-
van den heiligen Doop zou gebleven
stelling
wel de stelling waar, dat
almacht.
was.
het niet
gij
Sacrament
vraagstuk eenigszins scherper onderscheiden, dan onze
dit
bij
dat
ligt hierin,
kan
zuimd
is
mij ook zon-
zal ik zijn
achteloosheid of ongehoorzaamheid
met een zondig beroep op Toch moet
toch
gevallen
en zonder Sacrament machtig
spijs
„God kan
verzoeken, zoo ik zeg:
genade wel verleenen, en dus
zijn
houden. Maar de zonde
hij
mij
verzoek God, als ik zeg: „God kan mij ook
ik
God
het
is
laten."
God zonder
vaderen
God
minder dan den
niets
is
wel in het leven behouden, en dus zal ik geen spijze nemen".
spijs
ongebruikt
—
zijn,
dat
maar
hij
voort bleef
leven zonder er werk van te maken. Zoodanige personen missen dus alle recht en allen grond,
om
te veronderstellen,
zonder den Doop schenken
wat
zal,
hij
dat de Christus
hun ook wel
hun door den Doop
beloofd had,
te willen bieden.
Anders daarentegen staat de zaak met hen, die verkeeren. stelling
Soms komt het
Ik ben gedoopt,
:
—
er in zulk een ongedoopte
is
om
van het Sacrament, noch onwil uit
blijken moet, dat zulk een het
ijverig
zoekt.
En waar
deze
vertrouwd, dat de Christus
dwaling
en dat deze onderstelling toch op een dwaling
nu
berust. In zulk een geval
in onicillekeuriije
dat iemand voortleeft in de vaste onder-
voor,
het te gebruiken
iets
Sacrament van het
gegevens
hem
;
zijn
aanwezig
noch verachting
zijn,
wat dan daar-
heilig
Avondmaal
mag
metterdaad
onwillekeurige dwaling niet toerekent,
en hem ook zonder Doop de Doopsgenade verleend
heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's