E voto Dordraceno - pagina 326
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
328
Het
van.
er
XLV
ZOND.
HOOFDSTUK
II.
hun een werk der gewoonte, het
is
hun een zoeken van
is
hulpe in den nood, maar niet het teedere, innige uitgaan van de
ziel
naar
de gemeenschap met den verzoenden Beschikker over hun lot en aanzijn.
Maar
ligt
wortelt
bodem van uw
het diep ontzag voor het G-ebed op den
in dat diep ontzag een uit
God gewerkt
Geloove, waardoor ge
verzoend, gerechtvaardigd en Gods kind weet, dan ja,
voegen er
Gebed
het
bij,
alleen, de eigenlijke
daad der
goede werken slechts uitvloeiselen en afschijnselen
God
het kind van
wat
voorafging,
Wezen, en nu,
niet
meer
doelde zie,
is het
religie,
zijn.
maar komt het
lijdelijk,
oefening
op
hart, en
u
Gebed, en we
waarvan
alle
In het Gebed
tot levensuiting.
is
Al
van gemeenschap met het Eeuwige
in het waarachtige gebed, dat
bidden heeten mag, komt
op wondere wijze die heilige gemeenschap tot stand. Zoodra het tot waarachtig gebed
mag komen,
is
ontwaakt
ze
is
er niet,
maar voorbereiding voor
haar glans
straalt die religie feitelijk
tot zelfbesef. Eigenlijk is
de religie dus
gen
van
naar
niet.
Gods
zijn
der
In het gebod schittert de
heiligheid.
En daarom
omlaag, weer het leven
is
een verkeeren in de
den God der goden. Hoogerkan
tot
ziel
maar
dan reeds buiten de wereld
ze
en boven deze wereld verheven. Het echte bidden hemelen. Een opgeheven
religie,
en doet ze haar werking, omdat
uit,
religie
op de toppen der ber-
gaat het dan uit het gebed weer
Altoos op en neer. Uit de diepte in de
in.
smeeking, en van de hoogte der gebeden weer naar de vlakte onzer daworsteling,
gelijksche
op
te
klimmen.
om
Maar
kracht der gebeden leven
ken naar de kracht, blijft
trekt,
het
uit die
hetzij ;
vlakte weer tot de hoogte der gebeden
het gebed achter ons ligge, en we uit de
we
hetzij
die alleen het
uit
onze machteloosheid ons uitstrek-
gebed ons hergeven kan, altoos
Gebed het middelpunt waarin
alle
is
en
kracht der religie zich saam-
en vanwaar ze weer uitstraalt in en door ons leven.
TWEEDE HOOFDSTUK. Want
wie
heeft, dien
zal
gegeven worden, en hü
maar wie niet heeft, van genomen worden, ook wat hy heeft.
zal overvloediglijk hebben;
dien zal
Matth.
13: 12.
Slotsom van ons vorig hoofdstuk was, dat het Gebed niet maar, volledigheidshalve,
óók nog in den Catechismus ter sprake komt, maar dat het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's