Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 390

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 390

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

392

XLV. HOOFDSTUK. X.

ZOND.

Een tweede

me

vraag

vraag, die

mag

het bidden

Ome

het

bij

Sommigen nemen

en kan.

Ze zeggen, dat niemand „Onze Vader" zelven zelfs

een

als

God

en

kunnen hoog

komst

de

verklaren:

„Gelijk

standpunt

geestelijk

Gods

van

Vader zóó

te bidden,

ligmaking

En

waarlijk uit den

zeggen,

te

Om

Ome

het

van vlek en wimpel, in ons hart

vrij

maar

Niemand kan

is.

dat

waarop maar weinigen staan.

als

niet slechts bekeerd,

ooit zóó bidden, dat hij

Gods

heiliging van ze

zelfs

voortgeschreden, als dit op aarde zelfs niet

zijn

heiligsten onder ons het geval

Vader

om

hun worden toegegeven.

dat ons gebed,

moet men metterdaad

zij,

dit

moet aan zich-

hij

onzen schuldenaren," een zoo

vergeven

wij

de

Ze zeggen, dat men

zijn.

ingeleid,

Koninkrijk.

onderstelt,

Van den éénen kant nu moet

zijn

kunnen bidden om de

innerlijken drang des harten te

naam

moet

zeer diep

is

eng en nauw.

dit zeer

zeggen, of

jjan

van dien Vader ontdekt

kind

kind van

als

Vader aan de orde komt,

zóóver in hei-

met de

aller-

op aarde het

of zal

Ome

waarlijk zeggen kan, dat dit gebed in al

volheid en al zijn diepte volkomen paste op wat zich bewoog in zijn

zijn

Hier schiet

hart.

zelfs

de beste te kort. Moest dus deze maatstaf worden

dan zou het antwoord op de vraag: „Wie moet en wie

aangelegd, het Onze

Vader bidden?"

Op

nooit gebeden worden. altoos

door

nooit,

omdat

onze

zondige

men

daar

kortaf

moeten

Niemand.

zijn:

aarde niet, omdat wij

zelfs

Ja,

het heiligst gebed

gewaarwordingen bevlekken, en niet

meer bidden

kan

:

mag

dan kon het

den hemel

in

Vergeef ons

onze

schulden.

Doch

Wat

juist hieruit blijkt

dan ook, dat deze maatstaf

deed Jezus zelf? Hij legde, het valt niet tegen

twee malen op de lippen van menschen. 2

9

V.

V.

enkel door de twaalven

Ook

was.

op

is

aangehoord. Zelfs doet Matth.

discipelen te slaan. Hieruit

hem

:

Matth.

IX

:

9 vermoe-

nu

blijkt,

om

9

V.

van

afvielen.

V.

het

zijn

Denk

enkel

dat Jezus het Onze

met hun

stonden, en dat hij dus ook aan Judas het Onze Va-

der op de lippen heeft gelegd.

kring

(zie

vooreerst aan zijn discipelen heeft gegeven, zooals ze daar

twaalven voor

VI

uitgesproken

geheel de inhoud van deze rede veel te algemeen,

is

twaalf

de

Vader

neemt men

toen de Bergrede gehouden werd, Mattheus nog niet geroepen

dat

den,

is

al

toch gaat het niet wel aan, het zich voor te stellen, alsof de Bergrede

1),

:

volgens. Luk. XI:

op de lippen van een breedere schare. Ook

toch aan, dat de Bergrede voor een engeren kring

V

gebed

te spreken, dit

De eene maal

is.

op de lippen zijner discipelen, en de ander maal, volgens Matth.

V.

V.

VI:

niet de juiste

En

evenzoo

blijkt,

dat Jezus volgens Matth.

Gij lieden dan hidt aldus" gesproken heeft tot een breeden

discipelen en volgelingen, slechts aan

waarvan

Kapernaüm, naar

luid

er later,

o,

van Joh. VI

zoo velen :

66, zóó

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 390

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's