Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 300

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 300

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

300

ZOND. XXIII. HOOFDSTUK

Nu

II.

echter dient er wel op gelet, dat dit geloof en dit ongeloof terstond

een geheel gewijzigd karakter aanneemt, zoodra ge niet meer met den mensch,

maar met den zondaar

doen hebt.

te

algemeenen

Is toch ons ongeloof in

dat

God onze God,

kracht

i.

onze Schepper en Heere en de eenige Bron onzer

dan spreekt het vanzelf, dat de zonde

is,

Immers de zonde

verstoort.

God

d.

wetenschap en de erkentenis

zin de

dit bewustzijn breekt

verbindt, door. Zoodra de zonde in ons levendig wordt, gevoelen

Hem

ons niet meer met God vereend maar van een

besef in ons, dat wel die

machtig

God

er

maar we leven onder den

is,

en

den geleiddraad, die ons zielsbesef met

snijdt

nog

afgestooten, en er

we

komt

en dat die God nog even

is,

indruk, dat die Fontein aller goeden

haar springader voor ons toestopt, en dat de macht des Heeren Heeren

meer zegenend, maar

niet

eer verdervend naar ons ingaat.

het geloof in ons gestoord en vernietigd. Het

de Fontein aller goeden

Eer als

is

maar naar ons

is,

is

nog wel

vloeit

Hiermee

dus

is

alzoo, dat in

God

dat goed niet meer

af.

het of de wateren die ons toevloeien en die ons drenken moesten

een verzwelgende stroom voor ons wierden en ons bedelven.

Uit dien hoofde nu moet het geloof, zoo het in den zondaar leven een

mensch genoeg dat

oorspronkelijken

hand

van

mijn

drinken,"

Nu

komt het

schepsel,

hij

wist

ziel

is

de Fontein aller goeden,

gemeenschap om

maar

aan

zondaar

mogelijk

hem

goed

uit in te

dit niet

meer.

weten, niet wie de Schepper voor zijn

te

heel anders, wie de heilige

God

voor den zondaar

werking er van dien God op den zondaar uitgaat

den

er dat

thans, in den toestand zijner zonde baat er op

zal,

het voor den

„Ik als schepsel ben in de

:

Schepper, in dien Schepper

en met die Fontein heeft mijn

toch

Was

ander en eigenaardig karakter aannemen.

geheel

;

is

;

welke

en op wat wijs er voor

weer herstel van gemeenschap met die Eeuwige Majesteit

is.

Op deze vragen nu geeft God de Heere het antwoord in zijn Christus. De Middelaar treedt tusschenbeide. Het Evangelie wordt openbaar gemaakt. En dit Evangelie heeft geen anderen inhoud, dan het antwoord op de vraag:

hoe

een

zondaar

die

zonde

in

viel

zelfbewuste gemeenschap met den hoogen

zondaar hier niets aan doen. die zijn zielsbesef

daren

saam

niet

met

zijn

meer

in

Nu

weer tot een zalig leven in

God kan

eenmaal door

God verbond, was staat,

afgesneden, waren alle zon-

alle

kracht van de Heere naar

het schepsel moet uitgaan, kon ook deze kracht te

herstellen, nooit uitgaan

Deze toch had geen kracht

geraken. Zelf kan de

zonde de geleiddraad

dien draad weer aan te binden. Juist

omdat naar den grondslag der schepping

met den Eeuwige

zijn

uit zich zelf

om

de zielsgemeenschap

van den afgesneden mensch.

en ontving geen kracht meer ter

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 300

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's