E voto Dordraceno - pagina 376
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
378
voor den Troon nadert,
zichzelven eerst geheel prijs gegeven, en be-
lieeft
zichzelven niet alleen alle verhooring,
lijdt in
onwaardig
De
te zijn.
alle
en
niet,
gebed geheel
alle
God
zijn
roepen, ken-
daarom vreemd
dat ze een Voorspraak, een Hoogepriester en Middelaar
besef,
Hun
van noode zouden hebben.
het licht van den Heiligen Geest ont-
bij
hun onwaardigheid
wordt. Zij zien
aan die kennisse van schuld en
faalt het
zonde, waarvan de diepte eerst
dekt
maar ook
lieden die van verre staan en tot
nen hun schuld en verwerpelijkheid voor God aan
VIII.
den naam van Jezus op de lippen
Wie toch met
doorgegaan.
zijn
te
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
niet in, en
kennen wel het ont-
zag voor de Majesteit van den hoogen God, maar niet het schuldbesef van
den
zondaar;
gevallen
ding met dien hoogen eigenaardige
van
diepte
God het nood
en
dit belet
juist
hen
van
kind
een
God
hem aan
geboren, die
En
gemengd
uit die
is
dan ook het
hém
weet, dat
over die
door den inblik in de diepte van zijn
hij
uitgedreven, nu achter
is
voor den Troon der genade treedt, en eigen-
na durft bidden wat
slechts
is
over die onafzienbaarheid van zijn schuld voor
dood naar den Redder van zondaren
bidt van den Vader.
verstandhou-
tot inniger
door te dringen. Maar juist dit
opgegaan, en dat
schuilt, achter
lijk
God zich
val
zijn
licht is
en
hem
wie
in
en
Heiland
zijn
hem
voorbidt en voor
hem
twee nu wordt eerst die ware gebedsstemming
de twee schijnbaar tegenstrijdige gewaarwor-
uit
dingen van ootmoedig II eid en vrijmoedigheid. Veel brutaal weg naar God drin-
geen vrijmoedigheid, maar vermetele overmoed.
gen
is
als
diep
de
voor
en
innig
ervaren
besef van schuld en hartelijke,
u
verlossing
achter Christus aan voor den
stemming en
u
van
ootmoedigheid
te
u
in
om
beweegt,
vanzelf
Vader
En
juist
dan eerst
warme dankbaarheid niet
anders
dan
treden, leeft die kinderlijk innige
op,
die allen
overmoed
uit
u bant,
in teedere schuchterheid de ware, echt Christelijke vrijmoedigheid
doet vinden.
naam te vernaam bidden beduidt volstrekt niet: zoo bidden dat ge don naam van Jezus in uw gebed noemt. Dit mag wel en het is wel goed. Veelal zal vanzelf de naam die boven allen naam is in uw gebed invloeien. Alleen maar dat noemen van dien naam is op zichzelf volstrekt nog geen waarborg, dat ge inderdaad en waarheid ,in den naam En
zoo
is
het dan duidelijk, hoe
we het gebed
in Jezus'
staan hebben. In Jezus'
van Jezus" gebeden hebt. Of ge
dit
deedt of niet deedt hangt niet van het
noemen van den naam, maar van de gesteldheid, de gewaarwording en de tentie zijns
van
uw
gebeds
inbhk in
hart
af.
wille,
zijn eigen
Wie
tot
God
nadert, alsof het vanzelf spreekt, dat hij,
in-
om
gehoor moet vinden, toont reeds daardoor, dat de ware
nood en dood
hem
ontbreekt.
En
wie, erger nog, niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's