E voto Dordraceno - pagina 482
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
484
XLIX. HOOFDSTUK
ZOND.
helder voelt
armen
zijn
„God
:
dat ik als dankoffer
wil,
I.
Let heilig Avondmaal voor
bij
honderd gulden geve," daar
of voor zijn kerk, zeg,
gierigheid niet aan wil, en door zijn even geldgierige
afgemaand, en misschien ook door
's
hij
voelt
het
hij
's
dat
toch
maar bang
moet,
hij
is
dat
„Heere, niet mijn
:
uw
en niet die van mijn vrouw en van mijn kinderen, maar
dan
schiede,"
openbaarden
van Gods verborgen, maar van
er sprake niet
is
wil,
komende, en
is
toch zijn geld zal
hij
inhouden, alsnu aan den vooravond neerknielt, en bidt wil,
uit geld-
van wordt
morgens geven
weer niet; en de dag van het Avondmaal
avonds
er
kinderen er van wordt afgehouden
zijn
en daarom geslingerd wordt op en neer; dat en
vrouw
wil gezijn ge-
en spreekt in dien uitroep geen betuiging van berusting,
wil,
maar een gebed, een smeeking om hulpe van boven, opdat Gods geopenbaarde wil niet weerstaan, maar metterdaad volbracht en uitgevoerd worde. Hieruit
derhalve
blijkt
men deze derde bede misbruikt zoo men haar opvat, als sloeg ze
dat
kracht als bede vernietigt,
en in haar op den ver-
horgen wil des Heeren, en dat ze dan alleen recht wordt verstaan en naar
men haar
Jezus' bedoeling wordt aangewend, zoo
haarden wil des Heeren, en
maar
om
met eigen hand,
zijn wil zelf,
duidelijk
God
er dus niet door verklaart in iets te berusten,
God
er door afbidt en afsmeekt, dat
naar Moria toog, en
zelf
Abraham
alles in
Toen Abraham met Izaak
„üood uw kind
riep:
offer eischte,
aan Izaak zou aandoen, maar zelf
ons bijsta en kracht verleene,
te volbrengen.
hem
geopenbaarde wil het
den, en zal
toepast op den geopen-
als
niet,"
eisehte niet als een dood dien
een dood dien
zij
wilde dat
Abraham bid-
het ook in andere woorden, zeer stellig in zijn
beden hebben: „Heere, uw wil geschiede;" en zulks niet berusting uit te drukken,
maar om
en het werken volbrengt,
len
God
over zijn eigen kind zou doen komen, toen kon
hij,
maar Gods
bekwamen. Dat zoo en
hem
te tot
om
ziel
ge-
daardoor
zijn
bidden, dat God, die in ons het wil-
het brengen van
niet anders de bedoeling
dat offer mocht
van deze bede
is,
blijkt
bovendien duidelijk, uit hetgeen Jezus, als tot afsnijding van misverstand,
„Uw
er aan toevoegde
:
bijvoeging toch
„gelijk in
nooit
:
Gods gebod
den
overtreden,
Heeren volbrengen, en op aarde goed zal
wil geschiede op aarde, gelijk in
zijn,
wijst er als
zij
hemel,'" slaat duidelijk
maar
den hemel." Die
op de engelen, die
steeds den geo penbaarden wil des
dus op, dat het dan eerst met Gods kinderen op aarde den wil des Heeren even volvaardig
en standvastig volbrengen als dit Gods engelen in den hemel doen. Onze
Catechismus aarzelt dan ook geen oogenblik, maar past deze bede geheel en
uitsluitend
vertolkt: M.'t7,
op
„(ree/ dat
die allen goed
Gods geopenhaarden tcij,
is,
wil toe, als hij onze bede aldus
en alle menschen, onzen eigen wil verzaken, en
uwen
zonder eenig tegenspreken gehoorzaam sijn ; opdat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's