E voto Dordraceno - pagina 391
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLV. HOOFDSTUK X.
ZOND.
393
dat de Heere tot zijn twaalftal zeggen moest: „Wilt gijUede)i ook niet
zelfs
heengaan?" Dit nu ontslaat ons van
om
aan een ieder bet recht,
verder onderzoek, en ontneemt
alle
wijzer te willen zijn dan Jezus zelf was, of
ook een anderen regel te stellen voor het Onze
ven
en
volgelingen
ge is
legde het
heeft. Hij
nu,
of
dan
onware
verhoudingen
toestemmend
onvolkomenheid des menschen.
moet
en
dan
leiden,
ligt
de valschheid of de
in
Tweeërlei moet hier toch wel onderschei-
Gods kerk
den. Altoos zullen de hypocrieten onder de geloovigen in
mengd
gege-
maar de schuld hiervan
;
Onze Vader, maar
het
in
hij zelf
zijn discipelen
alzoo van heel zijn kerk op aarde. Vraagt
tot
natuurlijk
noch
Jezus
bij
niet
Vader, dan
Vader op de lippen van
en
belijders,
dit
antwoord
ons
niet
Ome
ver-
en die bidden zich dan aan het Onze Vader een oordeel, gelijk ze
zijn,
zich een oordeel eten
aan het Sacrament des Broods. En wat de anderen
aangaat, die zijn wel onvolkomen en verkeeren in verschillenden staat van
wasdom, maar het
geestelijken juist,
dat
wasdom, zonder dat het u lagen
bij
ooit verlegen laat.
ge ook in geestelijken
wasdom
uitkomen. Veeleer zal
uw
Men moet inneemt.
de verschillende graden van
staat is het zóó, dat het u toch de ziel verheft.
voller rijkdom voor
de
voortschrijdt, nooit zult ge
ervaring
meer,
Gods,
die
op
gebed
en dank- en bidpsalmen worden aangeheven in de
mocht
anders
dat
zijn,
worden
oogenbhk metterdaad,
Psalm XLII, en zoo
indien
opgedragen dan door kinderen gelijk
een hert naar de water-
Men
stroomen, alzoo schreeuwden naar den levenden God. te laten
dit
op de plaats, die elk onzer in de kerke Gods
letten
lof-
nooit
boven
hoever
dat het gedurig dieper diepte en
zijn,
gemeente, zou er eenvoudig geen gezang veel
En
u ontsluit.
hier
Als
dan ook
is
uw leven lang uw geestelijken
lenig en plooibaar en overrijk van inhoud
het
door u kan gebeden worden,
Bij
van het Onze Vader
heerlijke
zou,
om
allen
meezingen, dan ten slotte bijna geen enkelen psalm kunnen opgeven.
Heel het
loflied
En
zou verstommen.
ook het gebed van den voorganger
zou zich ook tot enkele koele, korte, oppervlakkige uitingen moeten bepalen.
Doch
daarmee
geheel dalen.
dan
zou
Immers de minst
aangeven onder Gods en
ook
zijn.
Gebed en
zou
peil
van
geestelijke zou
Het zou
volk.
alle kerkelijke karakter
geheel andere
het
niet
te loor
loflied
moet
onze
godsdienstoefeningen
dan de maat en den toon
meer Gods volk gaan.
zijn dat
saamkwam;
De maatstaf moet dan ook een
zich in de vergadering der geloovigen
niet schikken naar u, gelijk ge op dat oogenhlik zijt,
maar
gij
moet u schikken
naai het gebed en den lofzang, gelijk die in de samenkomst van Gods volk met zijn
God
hehooren.
veroordeelen,
Dan
zal én dat
gebed én die lofzang u wel meestal
en u aanzeggen, dat noch
uw stemming noch
de toon van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's