E voto Dordraceno - pagina 378
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
38ü
Maar daarna,
in.
XLV. HOOFDSTUK
ZOND. als
IX.
door den Middelaar tot den Vader gebracht
wij
zijn,
hebben we zelven gemeenschap met God door onzen Heere Jezus Christus, door wien ons ook de toeleiding gegeven
is.
NEGENDE HOOFDSTUK. Alle goede gave, en alle volmaakte gift is van boven
van den Vader der
lichten afkomende,
geene verandering
of
is,
bij welken schaduw van omkeering.
Jac. 1
We
komen thans
het Onze
tot
God ons bevolen van Hem we
te
begrepen
Christus
Vooraf echter te
„om
bidden hebben
heeft
te
Vader.
Op
gebed, dat
het
meer,
gebed gemeen
het
terstond
in
vroomheidsideeën als
God
in een
doch
zich
is,
maar wel
het
oog,
stamelen,
te
Ome
kennen, die aan het
behoeft het wel geen betoog
der
verliest
in
eenigszins nader aangewezen, welke de
dat het gebed onbestaanbaar
in
met de vage
is
Modernen. Wie niet in den levenden God
die ons roepen hoort en op ons roepen
gelooft,
antwoorden kan,
dwepend gevoel voor zekere onbestemde Eeuwige
Liefde, kan niet bidden. Hij
dachten
En dan
gebed in deze levensuiting inneemt. Hierbij nu springt
die het
is,
is.
het gebed een onmisbaar bestanddeel van alle hoogere gods-
dat
dienstige levensuiting
flaats
ons zelf geleerd heeft."
hij
de generale beteekenis van het Gebed geresumeerd
dient
alle
„Wat heeft
en lichamelijke nooddruft welke
worden, ten einde wel de grondbeteekenis
Vader met
;
17.
bidden?" antwoordt de Heidelberger, dat
al die geestelijke
in
de vraag toch
:
moge
zich al op de knieën werpen, en de ge-
zich laten vermenigvuldigen, een klank uiten en zelfs beden
dit
alles
maakt
zijn
daad
nog
niet
een
tot
geen gebed dan in de zekere onderstelling dat er twee
gehed.
zijn,
Er
is
een die bidt
en Een tot wien wordt gebeden, en dat de zielsuiting van den bidder door
middel van het gebed voor God komt. Het phisme, als de Heilige Schrift ons
leert,
is
dat
dan ook
gt
en anthropomor-
God onze gebeden
hoort.
Ook
het
hooren moet wel waarlijk aan God toegeschreven, nu wel niet in den
zin,
alsof
ren.
Dat toch
God, evenals is
wij,
alleen door het orgaan van een oor kon hoo-
de creatuurlijke vorm van hooren. Maar gelijk de Psal-
mist het uitdrukt, omdat Hij die het oor plantte,
d.
w.
z.
die het denk-
beeld zelf van hooren uitdacht en verwerkelijkte, zelf niet zonder te hoo-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's