Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 378

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 378

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

38ü

Maar daarna,

in.

XLV. HOOFDSTUK

ZOND. als

IX.

door den Middelaar tot den Vader gebracht

wij

zijn,

hebben we zelven gemeenschap met God door onzen Heere Jezus Christus, door wien ons ook de toeleiding gegeven

is.

NEGENDE HOOFDSTUK. Alle goede gave, en alle volmaakte gift is van boven

van den Vader der

lichten afkomende,

geene verandering

of

is,

bij welken schaduw van omkeering.

Jac. 1

We

komen thans

het Onze

tot

God ons bevolen van Hem we

te

begrepen

Christus

Vooraf echter te

„om

bidden hebben

heeft

te

Vader.

Op

gebed, dat

het

meer,

gebed gemeen

het

terstond

in

vroomheidsideeën als

God

in een

doch

zich

is,

maar wel

het

oog,

stamelen,

te

Ome

kennen, die aan het

behoeft het wel geen betoog

der

verliest

in

eenigszins nader aangewezen, welke de

dat het gebed onbestaanbaar

in

met de vage

is

Modernen. Wie niet in den levenden God

die ons roepen hoort en op ons roepen

gelooft,

antwoorden kan,

dwepend gevoel voor zekere onbestemde Eeuwige

Liefde, kan niet bidden. Hij

dachten

En dan

gebed in deze levensuiting inneemt. Hierbij nu springt

die het

is,

is.

het gebed een onmisbaar bestanddeel van alle hoogere gods-

dat

dienstige levensuiting

flaats

ons zelf geleerd heeft."

hij

de generale beteekenis van het Gebed geresumeerd

dient

alle

„Wat heeft

en lichamelijke nooddruft welke

worden, ten einde wel de grondbeteekenis

Vader met

;

17.

bidden?" antwoordt de Heidelberger, dat

al die geestelijke

in

de vraag toch

:

moge

zich al op de knieën werpen, en de ge-

zich laten vermenigvuldigen, een klank uiten en zelfs beden

dit

alles

maakt

zijn

daad

nog

niet

een

tot

geen gebed dan in de zekere onderstelling dat er twee

gehed.

zijn,

Er

is

een die bidt

en Een tot wien wordt gebeden, en dat de zielsuiting van den bidder door

middel van het gebed voor God komt. Het phisme, als de Heilige Schrift ons

leert,

is

dat

dan ook

gt

en anthropomor-

God onze gebeden

hoort.

Ook

het

hooren moet wel waarlijk aan God toegeschreven, nu wel niet in den

zin,

alsof

ren.

Dat toch

God, evenals is

wij,

alleen door het orgaan van een oor kon hoo-

de creatuurlijke vorm van hooren. Maar gelijk de Psal-

mist het uitdrukt, omdat Hij die het oor plantte,

d.

w.

z.

die het denk-

beeld zelf van hooren uitdacht en verwerkelijkte, zelf niet zonder te hoo-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 378

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's