E voto Dordraceno - pagina 105
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XL. HOOFDSTUK
doodsangst aanjagen; en zooveel meer,
pen
en
van
zonde,
als
die
zijn
gader vormen
al te
aan den doodslag verwant zijn; en waarbij ge evengoed
den doodslag niet door den Heere uw God, maar door den Duivel
bij
Heeren
wapen
als
vaak
te
zoekt aan
hem
komen
Toch
te
krenken,
uw wraak
hem
op
Naam
den
des
men maar
om iemand hem terug
te verhalen,
en voorts
te zetten,
genieten in
te
van angst, of opgekropte, maar machtelooze woede. alle
deze vormen van zonde slechts voor zooverre onder
dit
zesde Gebod, als ze de strekking hebben,
als
persoon aan
naam
om
haat, en hoort
In dit alles nu spreekt de lust en zucht,
vernederen en achteruit
zijn uitdrukking
men
de een den ander door harde, vreeslijke vloeken schrik
hoe
te dringen, te
zich vaak niet,
bezigen tegen wie
te
te jagen.
zeer te doen
men
Zelfs ontziet
geïnspireerd wordt.
al
107
III.
om iemand in
zijn exinstentie
om hem in
Alles toch wat er op uitgaat,
te randen.
zijn
onder het negende Gebod, en komt voort
te schenden, hoort thuis
uit een geheel andere zondige neiging in ons hart.
Zoo
is
er een schelden
en schimpen, dat door het negende Gebod wordt verboden, maar ook een
ander schelden en schimpen, dat
Gebod moet opgenomen. Het on-
dit
bij
derscheid tusschen dit tweeërlei schelden ligt voor de hand. Zijt ge alleen
met iemand, en
om
goed gerucht
zijn
uit,
naam Het
om hem
ons
is
bij,
;
ook
om
hemzelven zeer
uw
en spreekt ge zijt
zijn
zeer te doen, onder door.
hem maken,
iemand trekken, verachtelijke
plagen, sarren, tergen of „treiteren", zoo
alle
Alle schelden
is
nog een worstelen met booze woorden, en dan
driftkoppen,
maar
die als ze
hebben, zelf uitroepen: „nu
is
zijn
Maar
het over."
is
dit niet het geval.
is
Er
van
woorden gezegd
eerst een paar leelijke
het er uit en
sarren en tergen op allerlei manier
Wie
bij
het
sart, vlijmt
diep hij kan in iemands persoonlijke eere, in zijn persoonlijk gevoel,
zoo
in zijn persoonlijke positie in.
Wie
wonneling.
meer,
Hij
worstelt
demonischen lust in in
om
tegen den persoon
vindt in die booze woorden de bitterheid van het hart lucht die
scheldwoor-
ge er op uit
al loopt er tegelijk bitterheid
doen,
het noemt, draagt een nóg demonischer karakter dan het
volk
schelden.
om te
het u er niet
anderen te schenden, maar
bij
uitsliepen, uitlachen, gezichten tegen
gebaren tegen als
zoo
opdat anderen ze hooren zouden, zoo
bevlekken
te
en lust
uit,
Staan er daarentegen anderen
te doen.
den
hem dan
scheldt ge
naarmate
niet
poging
zijn
blijkt dat gij
sart,
beschouwt iemand
maar
om u
koelt
te krenken,
er te gevoeliger voor
als
een over-
wreedelijk zijn boezen,
en geniet er te meer
zijt.
Dit sarren en tergen verraadt dan ook een satanischen trek in iemands karakter.
Maar
Wie moedig en
rondborstig van aard
nijdige, sluipende karakters zijn
is,
komt
daar meest sterk
tot in.
zoo iets niet-
En
vooral he*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's