E voto Dordraceno - pagina 144
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. LXI. HOOPÜSTQK
146
naar ze meenden,
hadden
nen
men
gegeven was, wat
alles
reeds in
III.
verlangen kon.
De Romei-
hun Heidensche periode met name over de huwe-
lijksverhinderingen zeer uitvoerige en deels zeer strenge bepalingen
en
toen
de keizers
later
nog, zooveel noodig, iu overeenstemming gebracht
bovendien
bepalingen
met de regelen der
Heilige Schrift. Zoo bezat
deelde, in deze bepalingen
rechtsordening dat
bood,
te
Op
men
men
dus, naar
oor-
van de Christelijke Eomeinsche Overheid, een
het huwelijk, die van menschelijke zijde het hoogst
voor
verkrijgen
ondergaan had.
gemaakt
overgingen, waren deze
Christendom
het
tot
en
was,
den Christelijken doop
die bovendien
dien grond achtte
men dan
ook, dat onze Christelijke
overheden het veiligst gingen, door die degelijke eeuwenoude rechtsordening
van
weer
kracht
te
gebruik er toe neigde zoo wilde
opleven,
maken.
om
men
Gelijk
men
in het
dogma en het
kerkelijk
de usantiën der oude Christelijke kerk te doen
ook in het burgerlijk leven de oude Christelijke
rechtsorde weer in eere brengen.
Thans echter helpt
die vingerwijzing ons niet meer, eenvoudig wijl de
Christelijke Overheid ontbreekt, die
land
met Gods Woord
geen Overheid meer aanwezig, die
is
rekent. Alhans in ons
feitelijk in
haar wetgeving zich
grondt op Gods Woord. Veel minder nog kan de kerk thans de huwelijksmaterie weer aan de Overheid uit handen niet te doen. Verwarring en
Het
volstrekt niet uitgesloten.
toekomst
regelingen
der
ëntie
kunnen weinig
het
dat
heid,
inzake
Christenheid
zeer
wel
en
is
is
nemen
;
en ze behoort
dit
ook
dus voor de toekomst
dit stuk is
zeer wel denkbaar dat de Overheid in de
het huwelijk zal het
conflicten
geval was,
wanorde op
oordeel
die tegen de conci-
der kerken indruischen. Hieruit
geboren worden.
alleen te
maken
En
dat dit thans nog zoo
danken aan de gelukkige omstandig-
de Christelijke traditie nog zoo machtig nawerkte en, dank
zij
dien invloed, de Overheid dusver nog ten deele in het goede spoor bleef.
Reeds
nu echter
is
reeds lang niet alle conflict te mijden.
worden nu reeds echtscheidingen uitgesproken,
Woord
in flagranten strijd zijn.
die
met den
Soms toch
eisch van
Gods
Wordt nu door een der aldus gescheidenen
daarna een tweede huwelijk met een ander aangegaan, dan kan dit onder Christenen niet als een wettig huwelijk gelden, overmits de eene voor
nog gehuwd was, en mag dus de kerk zulk een huwelijk
Het
is
uit dien
God
niet sanctioneeren.
hoofde van hoog belang, dat de kerk ook de zaak van het
huwelijk steeds klaarder ontwikkele, opdat er door de belijders des Heeren zeker
tegenwicht
in de publieke opinie
worde geboden tegen hetgeen
in
de burgerkingen het huwelijksrecht afbreekt.
Intusschen is
en
blijft
kan
dit
aan de zaak zelve niets veranderen. Het huwelijk
een zaak van burgerlijke regeling,
wijl
het tot de natuur en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's