E voto Dordraceno - pagina 35
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND.
van
zeld
toch dank, dank er
uw God
der
Wet
iets
minder dan met de
Want
heeft afgelaten.
nam, zou u
ons Icwam
tot
nimmer
voor, dat Hij nooit en
maar het wicht van een
het ook
29
II.
van het Genadeverbond,
aanbieding
de
HOOFDSTUK
II.
maar
;
ware
al
iets,
haar, van die onverbiddelijke strengheid
bedekt wel, een Wet, die met ook maar
drijfveer der zuiverste en volkomenste liefde vrede
mensch verlagen en u doen zinken beneden het van God
als
voor den mensch gestelde peil.
Ge
zijt
eenmaal zoo hoog
mensch door uw God
als
hebt, hetwelk op de zaligste en teederste liefde
uw
van
aanleg
dien
menschelijk
hart
Eeuwigen voor u mogelijk. En waar uitwendig
volbrengen,
de
van
glans
lijke
uw
er inleven in het leven des
is
maar eenigermate met het
er ook
met het opus operatum vrede kan genomen, zou
menschzijn voor u ondergaan, het ideaal van godde-
voor u eeuwig verloren
heerlijkheid
gezet, dat ge een hart
aangelegd. Juist door
is
zijn,
God
en kind van
wierdt
ge nooit.
En daarom
zij
dank ook
dank,
er
in ons zondig hart, dat
Heere, dit heerlijk en heilig ideaal niet dalen niet
dat
afknotte,
afsneed, en even
eens
Hij
hoog gebod onverbiddelijk
zijn
gemaakt had, een gebod, dat
mensten en den allervolmaaktsten
Vandaar dan Heeren Neen,
de
dat
ook,
niet voorop staat,
den naaste"
is
zin.
En
er staat bij
Wel
,het groot gebod."
den Heere
gedachte.
Iets
blijft
wat
voor
hebt
ge
God
lief,
Er
des
uw
het gebod
is
God, alzoo zuiver
en niet de „liefde voor
om
den naaste
lief
keerde toch de orde niet om. Liefde
dit
tenzij
ook
tot die liefde
niet omkeeren. Niet,
maar omgekeerd, dan
den eisch van Gods bevel naaste
dit
:
uitkomt, dat ook de liefde voor
Wet Gods is, uw God u drijve.
Ge kunt het dus
Wet
toch het uitgangspunt, de drijvende en bezielende
hierdoor
waardeloos voor de liefde
voor den naaste" in die
, liefde
hebben, ,aan deze gelijk" maar
voor
den volko-
want dan zonkt ge nog.
en volmaakt zult liefhebben.
te
wat Hij het
liet,
liefde eischt en liefde in
gaat de eisch, dat ge den Heere
voorop
God, de
dat Hij den bloemstengel
mogelijkheid van het kindschap niet voor u
de
daarom
liet,
lief,
uw
omdat ge uw naaste eerst hebt ge
zoo liefde voor
God u
naaste
voor den naaste de
uw
liefhebt,
naaste naar
tot liefde
voorden
drijft. is
groote
hier
gebod
tweede,
om
zoodra
de
alzoo oorzaak en gevolg.
om
den
Heere
lief te
deswege den naaste oorzaak
geheel
heeft
De
oorzaak
het eerste en
hebben, en het gevolg
minnen.
te
ligt in
uitgewerkt,
ligt in
Gevolg en oorzaak nu aan
elkaar
gelijk,
het zijn,
maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's