E voto Dordraceno - pagina 218
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK IV.
218
En
wezenheid.
eenzelfde
zoo
het einde, dat wie begint
is
met
Want
verliezen.
wel
ziel
en
God
te
in
een organische eenheid te zien, eindigen moet met zijn
lichaam
dan nog de mogelijkheid open, om, op de wijze
blijft
der hedendaagsche wijsgeeren, zich een pantheïstischen god te droomen, die
om
altoos bezig is
bij
Christus den
naam
ongemerkt op geen dwaalspoor
zich dus
late
maar
;
zulk
de Buddhisten thuis en heeft met den
God en Vader van onzen Heere Jezus
Men
worden
uit geest stof of uit stof geest te
een pantheïstische afgod hoort
gemeen.
zelfs niet
hangt
leiden. Alles
hier saam. Is, gelijk thans de meeste geleerden zich de zaak voorstellen,
ongemerkt de plant;
uit het bloote stof allengs het delfstoffenrijk
;
dan
uit het lagere dier het
de
uit
bewerktuigde
het
lagere
dier
dan
dat
sluit dit in zich,
zijn
maar
ziel
en lichaam wirf in den wortel
dat de ziel geen afzonderlijk bestaan heeft
;
ook God en
dat
God onderscheiden van
zijn
voor wat in den grond hetzelfde
is.
en geleerde
beschaafde
de
hoog
dan gewone aap of
dit dierlijk wezen, hetzij
uit
volgt dan weer, dat er dus ook geen
omweg
hieruit
lagere volken het hoogstaande Europeesche ras voort-
deze
—
onderscheiden
bestaat;
;
de wilde Boschjesman; uit dien wildeman de neger, en zoo
uit
gekomen;
en
dier;
Chimpansee, eindelijk
weer
plant
en hieruit
;
schepping
zijn
schepping slechts twee namen
zijn
En zoo keert dan langs onmetelijken man der negentiende eeuw terug tot van Mesopotamië en Kanaiin
diezelfde natuuraanbidding, waarin de volkeren
reeds verzonken lagen in de dagen van Mozes.
Men
welk een machtige prediking in
ziet hieruit
zoolang
het
te
vernietigen.
lijk
is
nog en wel
ligt,
Immers
ziet ge, dat daar het lichaam van den gestorvene
Ge
dat lichaam veranderen en tot ontbinding overgaan.
dat
menschen dood
aan den Vader der leugen niet gelukt, het vast bewustzijn
van een leven na den dood in uw binnenste
uw oogen
's
de persoon, die
dan
leeft hij,
tast
gescheiden
terdege
gescheidenheid
ziet
ge hieraan, hoe lichaam en
wierden,
En
voortbestaan.
ziet het:
voor
Ge
ziet
daarin
niet meer. Bestaat nu die persoon toch
stierf,
en
ligt.
uiteen staat
werden dit
gelicht,
ziel bij
hem
en nu in hun
eenmaal voor u
vast,
dan
is
hiermee
tevens uitgemaakt, dat ge door een samenstelling van die twee
ontstaan
zijt
hebben
dat
;
dat
uw
Vandaar
dat
nog
zienlijk
en onzienlijk deel elk een eigen wezenheid
derhalve geest en stof niet één en hetzelfde zijn
uw God
de Heere
helaas,
;
de
steeds
niet
met
valsche
zijn
;
en akoo
schepping ineenvloeit.
wijsbegeerte, die door tal van godgeleerden,
toegejuicht
en
ingehaald
in
stede van verfoeid en
bestreden wordt, niet Ican rusten, eer ze ook de hope der onsterfelijkheid uit blijft
ons de
bewustzijn
heeft
uitgeroeid.
Zoolang haar
dit
nog
niet gelukt,
dood nog steeds scheiding, onderscheid, tweeheid en alzoo een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's