E voto Dordraceno - pagina 397
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
XV. HOOFDSTUK
ZOND.
391
I.
bestaat alleen in zijn eisch aan u, waarin ge tekort schoot. Hieruit
En
schuld geboren.
Uw
hangt dus insgelijks aan zijn oordeel, en aan
Zoolang een dief niet ontdekt
En
mensch.
zoover
u
hij
uw
genieten, ook al
ge onschuldig, dan
moordenaar
lijke
dat
in
was
ge in het land
is
uw
eere
die
wandelen,
blijft
moordenaar veroordeeld.
als
onschuldige als
eere
geschied, de eigen-
eerzaam burger rond
wordt
uw
eere kwijt.
moord
gegrepen en deze
hij
;
uw
zielsbesef
Verklaart
rechter.
verklaart hij u onschuldig,
blijft
dat er een als
wordt draagt
geval,
bestemd
moordenaar
en
vrijloopt
een onschuldige
"Welnu,
nog
wezenlijk
gij
ge in het land
zijt
En omgekeerd,
uw
ge voor
zijt
nu kan het gebeuren,
terwijl
meer naar wat
staat voortaan niet
waart ge wel terdege schuldig, dan
Zoo
opinie, heeft dit
maar enkel naar de uitspraak van den
deedt,
eerloos, ook al zijt
al
eerlijk
onschuld
zijn
als de overheid, als de rechter u óf schuldig
kwijt en geldt voor een eerlooze.
ook
den staat van een
in
hoewel ge niet misdeedt, óf ook vrijsprak, niettegenstaande ge
schuldig waart, rekent of
hij
den staat van een schuldige verkeeren. Voor-
in
hij
blijft
geen rechtsgevolgen. Maar verklaart,
zijt
blijft
is,
nu echter enkel hangt aan de publieke
dit
Hem
oordeel alleen.
zijn
ook zoolang een valschelijk beschuldigde niet in
uitgekomen,
is
maar
niet loslaat,
ge als een zondaar of als een rechtvaardige voor
of
staat,
uw
daar bezwijkt ge onder.
u zijn wet hlijft opleggen, én voor eertijds én voor nu,
zijt,
u
voorts dat Hij zijn pretentie op
is
de
straf,
den
die voor
moordenaar gerekend, en
staat voor den rechter als dragende de schuld van zijn moord.
En toe
zich
dat in eenig land het overnemen van iemands schuld
nu,
en
gestaan,
is
bood
het
is
er
was
aan,
vrijwillig
een
om
moord
gepleegd,
plaats
in
een onschuldige
en
van den moordenaar de straf
voor dien moord te boeten, dan zou deze persoon voor den rechter staan,
dragende
de
worden veroordeeld worden
gestraft.
En
nu
zoo
van
schuld
is
;
den
moordenaar;
en met de straf die
het ook
bij
van
weet, zijn
staat
we
hoe
allen voor
als
Hem
eerloozen en doemschuldigen,
nature
bij
God
in
want
in de schuld liggen, als overtreders
wet en schenders van de eere van
van
hem
den Heere onzen God.
Wij allen staan voor den Heere
God
moordenaar door
als
op moord gesteld was, door hem
den staat der
zijn majesteit.
eere,
maar
Niemand onzer
allen
worden we
ontvangen en geboren in den staat van den goddelooze en eerlooze.
Omgekeerd niets
is
misdeed,
heeft en heilig
het de grondslag van Gods waarheid, dat de
maar is
in
tot in
volkomen heiligheid verkeert en den diepsten wortel van
zijn
Immanuël
altoos verkeerd
wezen.
Moet dus God de Heere én ons én hem aldoor rekenen
in dien stoa^, die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's