E voto Dordraceno - pagina 457
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLVII. HOOFDSTUK
459
III.
men vanzelf in, als men zich de uitverkiezing enkel voorstelt. Dan toch is het een uitverkiezing tot iets wat kode onzekere toekomst. Dan ligt er geen kracht in voor het
minder. Daar vervalt ter zaligheid
men moet in heden. Dan grijpt Dan maakt
len.
schilderijen die krachtige
oude
onze
op
kan ons
ze onze existentie niet aan, en
tot niets bezie-
nu daarentegen
ze lijdelijk, tobbend en doodsch. Ziet ge
koppen van onze Calvinisten en
mannen geen
Puriteinen, dan gevoelt ge terstond dat er in deze dappere
zenuw van
enkele
van
uitverkoren
moed.
Wie
in
zelfzuchtig en
de
is
uitverkiezing
als
maar
lijdelijkheid slap hing,
geloof
te zijn,
hen
alles in
dat, juist
alleen een middel ter zaligheid ziet,
uitverkiezing
maar wie
alleen op eigen toekomst bedacht,
nu op het schikken en richten van uw en
schikken
dit
is
dit
Gods,
zijns
Naam.
de heiliging, ook in de eeuwigheid, van zijnen Heiligen
Past ge
eigen leven toe, dan
zelf tweeërlei wijze van doen, waardoor het
richten
Het
Christelijk karakter van het wereldsch karakter onderscheiden wordt.
behoeft
toch
nauwelijks
herinnering,
dat ook de lieden der wereld wel
terdege op dat schikken en richten van hun leven bedacht zijn
soms
dan
de
des
Het mag
Koninkrijks.
mannen van een
hen
onder
ook
kinderen
is
ze verstaat
en zaligheid, bedoelt de eere
roeping
tot
dank hun vast
van hoogen, heiligen
trilde
;
schier
meer
ontkend,
van
en
bestaan
nobel
niet
een
dat
schoon
karakter gevonden worden. Menig leven wordt ook in de kringen der wereld
waarin
doorleefd, doel,
nu
wel
juist het verschil
uit,
kracht. Hij doet alzoo. uit.
Het
is
karakter ters
door
is
het afgaan op een vastgekozen
hiertoe brengt de
Van hem
gaat dit
man zelf
der wereld het in eigen
bedwang en deze vastheid
zijn helder zelfbesef en energieke zelf beheersching, waardoor dit
alzoo
dan
heiligd.
ook
eenheid,
waarlijk
en groot betoon van kracht en levensmoed was. Edoch, en hier komt
gevormd werd. Maar
ook niet dan
bij
juist
daardoor wordt in zulke karak-
hooge uitzondering de
Naam
onzes Gods ge-
In den regel neigen zulke karakters tot zelfverheffing. Ze zondigen
zelfvoldaanheid al is
over
wei-besteed
eigen
leven.
Ze
zijn
opgeblazen,
de toon ingebonden, en hoogmoed, geestelijke hoogmoed en trots
de grondtrek, die ook dan nog doorgaat, als beminnelijkheid en welwillend-
heid de bloemen zijn, die deze hoovaardij bedekken.
entegen
is
— Heel anders daar-
het Christelijk karakter. Tot zulk schikken en richten van zijn
leven, tot zulk een
vormen van
zijn karakter,
rament, zulk een beheerschen van
zijn
van de stemming en den grondtoon de krachten bezwijken. Juist omdat
zulk een leiden van zijn tempe-
neigingen, zulk een heihgend verheffen
zijns harten, voelt het hij zijn
kind van
God
zich
leven schikken en richten wil, niet
op eigen eer, niet enkel op anderer nut, maar allereerst en allermeest op den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's