E voto Dordraceno - pagina 554
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
554
XXVI. HOOFDSTUK VUL
ZOND.
Brengt ge
dit
nu
verband met onze uiteenzetting over de Doopsge-
in
nade, dan zal de zaak u volkomen duidelijk worden. Vóór zijn
de doopeling actueel buiten de gemeenschap
m
en daarentegen zijn
Hoofd
zijn
Hoofd
nog en
is,
Zijn Hoofd
nog
hij
Adam,
deelt hij natuurlijk
waarin
Adam
zijn
dan wordt
als
hem
over
hij
Zoolang nu
;
en dit juist
is
waardoor
den
ge
zet Christus door zijn
hem aan Adam
die
en diens zondige
gebracht onder het Hoofd Christus en in
hij
aangebonden, tigheid van
gemeenschap
in
waardoor ge
uw Hoofd
in
;
heilige gerech-
Zoo kan er dus voor den wedergeborene
en gedoopte van geen erfschuld meer sprake
zijn.
Die
is
afgesneden, ver-
en vergeven en vervangen door gemeenschap aan de erfgerechtig-
zoend
om
heid
Juist die
en daarentegen die andere band
gemeenschap treedt met de
Christus.
is.
aan de erfschuld stond, wordt dus
Doop doorgesneden
heiligen
Adam nog
de erfschuld en de daaruit
nu echter gedoopt, en
de gemeenschap der heiligen, die in het Lichaam van Christus
door
is
de gemeenschap van de nieuwe menschheid,
in
gemeenschap bond, en wordt
band,
Christus,
Christus
de gemeenschap van zonde en schuld
in
band losgemaakt,
de
staat
organisch behoort tot het geslacht van
lid
nog
nog Adam.
is
geslacht bracht
gevolgde erfzonde. Wordt
Doopsgenade
met het Lichaam van
de gemeenschap met de onheilige wereld.
niet.
Doop
het zoo uit te drukken, van Christus, als het Hoofd des nieuwen
Lichaams. Juist dus wat de Geloofsbelijdenis zegt, „dat ze den kinderen
Gods
meer
niet
Maar nu
zoe,nd terrein
schen
tot
is
een
brengt
bestaan en het Lichaam des Heeren, waarin
Dat Lichaam des Heeren
met de onzalige
onheilige,
hem,
juist door
zou willen uitsnijden. Ze
arm
slingerde, en die hij
verlangen
is
dit
zijn
hem
is
als
is
hem
ons leert
hij
is
innerlijk
als
art.
Dit
15 zegt»
een booze zweer
een giftige adder, die zich
zou willen wegwerpen.
Al
zijn
om
zuchteu en
verlost te worden.
van Gods heiligen
deze volkomene afsterving der zonde eerst in den dood is
er in
hem
een hartelijk zuchten en verlangen,
lichaam des doods verlost
Vn
zonde. Ze
ook,
kan volgen, daarom „van
en
Confessie in
om van deze inwonende zonde Woord hem nu leert, en de ervaring
dan
En overmits het hem bevestigt, dat
Eom.
heilig,
wierd
fontein van zonde in zijn hart.
krijgt er, gelijk de
een „waar gevoel" van. Hij kent
zijn
is
hij
de tegenstelling, tot het ware inzicht in de ver-
foeilijkheid zijner zonde. Hij
die hij
t^er-
overgegaan, den innerlijkeu strijd ontdekt, die er nog tus-
zijn persoonlijk
ingelijfd, overbleef.
nog
verdoemenisse wordt toegerekend."
volgt hieruit ook ten andere, dat de gedoopte, die op dit
:
te
worden."
om
Geheel de betuiging die
„Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen van dit
lichaam dezes doods? Ik danke God door Jezus Christus mijnen Heere." Kesultaat
is
derhalve, dat de heilige
Doop
ten opzichte van de erfzonde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's