E voto Dordraceno - pagina 93
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XL. HOOFDSTUK
Doch nog
voldaan
niet
ge
als
is,
uw
naaste niet haat, niet benijdt,
niet bitter aanziet, niet scheldt, niet kwetst of niet doodslaat
Gods ordinantie
zal
in
u moet
tot
haar recht komen, van
dit alles
In de muziek roept de ééne toon
zijn.
vraagt de
kleurenwereld
ééne
tint
om
het
in
om
elk persoon
zijn broeder,
vrienden,
huisgezin
dit
om
soms
dat,
den anderen, in de
de tint die er
zijn naaste.
ideaal
maar
;
het tegenovergestelde
hoort, en zoo
bij
ook moet onder de menschen de één, als ware het, roepen
man om
Gods
volgt dan ook rechtstreeks, dat aan de ordinantie
hieruit
Tolstrekt
95
I.
om
den ander, de
Reeds nu wordt onder
ten
deele
gevonden,
als
metterdaad de één zonder den ander niet kan leven en geen geluk kent als
den
hij
ander
Maar
uitkomen.
terwijl
vormt
uitzondering
algemeen
en
uw
luidt: ,Gij zult
dat
Gebod
menschen onderling saamleven
alle
gewone,
bij
dien
en
tot
mensch,
en
dat deswege in het zesde
ge zult liefhebben niet bedoeld „aZfe
domme
immers
toch
toe-
in het
elkander te hooren en niet buiten
sterkste antithetische uitdrukking vindt.
zijn
naaste
bitter
naaste liefhebben als uzelven," het diepste gebod voor
mensch
van
de verhouding
zoo
dit
Vandaar dat het gebod dan ook gansch algemeen
kunnen.
te
kan
van Gods ordinantie, dat deze
leven, is de eisch
zij,
besef van elkaar noodig te hebben,
elkander
sterven
slechts in kleiner kring geldt en een
thans
dit
het
bij
op den algemeenen toestand van benijding waarin de
menschen onderling stand
Vooral
mist.
Want
wel
is
menschen"
antwoord luidt; maar wel
met den
gelijk het is
door de
uitdrukking naaste alle bijzondere betrekking buitengesloten, en wordt ge tot liefde voor
den persoon die naast u staat alleen gedrongen omdat
hij
naast u
De grond van deze uwe liefde mag dus niet daarin gezocht, dat deze persoon uw vader, uw moeder, uw vrouw, uw vriend, uw kind, of wat ook is, maar alleen hierin dat God hem als mensch naast u
staat en als hij naast
u op aarde geplaatst liefde versterken
mag
staat.
heeft.
en tinten
;
Al dat andere moge er dan
maar de grondslag van uwe
geen andere wezen, dan Gods
anderen mensch gemaakt, zoo goed anderen mensch naast geplaatst, en
nu
niet slechts niet
deel
hem, omdat uw God
lief hebt.
hem
hierin dat
naast u plaatst.
zijn
en
De Heere uw God heeft dien zijt. Hij uw God heeft dien uw omgeving, in uw kring, op uw pad
of
weg
gij
dezen mensch als zoodanig
zult
duwen, maar dat ge integen-
dus plaatste, zult liefhebben,
gelijk
Zoo wordt dus echt Gereformeerd, de grondslag voor uw
ge uzelf
liefde niet
uw vrije wil hem als het voorwerp uwer liefde kiest, God naar zijn vrijmachtige souvereiniteit hem als persoon
daarin gezocht, dat
maar
wenschen
moet
mensch
God de Heere, dat
zult
komen, en uwe
bestel.
als gij
u, dicht bij u, in
eischt
weg
bij
liefde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's