E voto Dordraceno - pagina 579
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. Lil. HOOFDSTUK V.
581
ook een berusting met het oog op de verhooring des gebeds, en in zooverre
vormt ze den overgang
tot
maar
gelijk
in het tijdelijke,
Amen. Ware
het
God
toch
niet in het eeuwige,
de bidder zelf daarin nog
leeft,
verhooring des gebeds aanstonds moeten volgen, en een ter
moeten dragen. Dit echter
onze gebeden pleiten,
dien dag gewaarborgd
voor
Het einde
uitkomst. alle
Maar nu,
teren.
Niets
is.
en
elkander,
beloften
hier vast en zeker
is
Gods beloften
al
in het tijdelijke, worstelen alle deze
zoo
Gods waarop dit jaar of
dan de eind-
den oceaan der eeuwigheid zullen
in
tijd
dan zal het ja en amen van
gevloeid,
De
niet het geval.
dingen zal onzen God verheerlijken. Als eens
aller
stroomen van den
is
geen beloften, wier vervulling voor
zijn
zoo zou de
tijdelijk karak-
zijn uit-,
heerlijk uitschit-
stroomen nog door
naam
de droeve uitkomst thans gedurig, dat Gods
is
ontheiligd wordt; dat zijn koninkrijk wordt ^erM^'f/eAoMC^ew; dat zijn wil
op aarde gelijk in den hemel geschiedt gelijksch brood niet niet vergeven
vonden dat ;
dat er sterven van honger, die
;
zelfs belijders des
ook maar één enkelen dag het
volkomene
aanstonds,
hemel
maar
op aarde
volle, rijke
verhooring
de eeuwigheid berekend
oog
al zijn
te vestigen,
is,
dit
Vader
Ome
Vader op dien dag
zel-
nu
uit
Gods Woord wetende,
alleen op de einduitkomst, en dus
zijn
hij
en
zou op dien eigen dag de
eindigt de bidder
en besluit
;
veeleer de overhand houdt. Als
vond,
En
nedergedaald.
zijn
dat de verhooring van het Onze
op
Heeren hun schuldenaren
dat ze worden ingeleid in verzoeking en daarin bezwijken
;
dat Satan niet terug geslagen wordt,
ven,
?n'e<
hun da-
met op
die
eeuwigheid
gebed met dien veelzeggenden
uitroep: tot in der eeuwigheid.
En
zoo
Amen Dit
dan het gebed ten
glijdt
onzes gebeds, en het
Amen
Amen
onzer dankzegging.
een Hebreeuwsch woord, dat vastheid beteekent, en
is
Jesaja de
waar het vertaald
d.
:
men
twijfelachtige
woonte,
om
den zin kreeg van hetgeen waarachtig en zeker
staat
kan
maken.
en logenachtige dit
woordeke
Zoo
om daarmede als
te
vast, zeker
is,
dit
en
het tegenover het onzekere,
en dit gaf aanleiding tot de ge-
aan het begin of aan het
klaring
betuiging
kwam
te staan;
Amen
verklaring te bezigen, of
God van
den God der waarheid". Dit nu had ten gevolge, dat
Amen
woordeke
waarop
in
i.
nu
:
dat wie zich zegenen zal op aarde, die zal zich zegenen in den
Amen,
wijl
trouw en waarheid, zoo wordt God God van Amen genoemd. Zoo b. v. in JesajaLXV: 16, is door „den God der waarheid". Er staat toch „Zoo-
vastheid in het geestelijke beteekent zelf bij
slotte over in dat ééne, korte, veel-
woordeke, waarmede we onze gebeden plegen te besluiten, het
zeggende
slot
van een
betuigen, dat de inhoud dezer ver-
en onwrikbaar gold. Zoo was onze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's