Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 303

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 303

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLIVb. HOOFDSTUK IV.

hem

305

allengs beter te leeren mikken, en ten slotte ook in de schijf te doen

mikken.

VIERDE HOOFDSTUK. Opdat in ons land eere wone. Pa. 85

Na

in ons vorig hoofdstuk het

van

gebruik

alle

Wet

de

zich niet in de

te

106.

hebben afgeweerd, dat

komen we thans terug op de

Wet

waarin het juiste gebruik van de

vraag,

bestaat.

Daarbij late

men

war brengen door hetgeen de Catechismus verzwijgt. Er

toch in den Catechismus alleen gesproken van een drieërlei doel

wordt

de Wetsprediking beoogt,

dat

Antinomianisme

wil afschaffen,

:

t.

w. de ontdekking onzer zonden, de uit-

en het aanwijzen van het God gevallig spoor

drijving naar den Christus,

des levens.

Dat nu

hierop, en hierop alleen de aandacht wordt gevestigd, en niet

den ongeloovige,

bij

Wet

gesproken van de

wordt

ook

is

middel tot stuiting van de zonde

als

Immers de Catechismus

natuurlijk.

kerk en tot geloovigen. Als derhalve gevraagd wordt:

God dan

zoo scherpelijk de Tien

die

op

grijpt,

houden kan?"

in dit leven

het

heilig

der

erf

de prediking der

Geboden prediken, alzoo

dan

is

niemand

wedergeboorte en des nieuwen levens plaats

Wet aan Gods

meer hun zondigen aard bekennen, tot

ze toch

laat ons

hier uitsluitend bedoeld die prediking,

kinderen.

Hun nu moet

en gestadige Wetsprediking de hulpe bewijzen, dat ze

vlucht

spreekt in de

„Waarom

die scherpe

hoe langer zoo

hoe langer zoo inniger hun toe-

2".

den Middelaar nemen, en

1.

3.

hoe langer zoo meer vervormd

worden naar het evenbeeld Gods.

Doch toch

is

al is dit

Wetsprediking

de

schoon en juist gezegd, ten opzichte van Gods kinderen,

daarmee nog

niet alles gezegd.

een iegelijken mensch, kracht,

Er

toch ook een kracht die van

is

onder ongeloovigen uitgaat. hij

zij

Een kracht

uitverkoren of niet uitverkoren.

die de strekking heeft,

om

de ongebondenheid

te

werkt op

die

En

wel een

beteugelen, ze-

kere burgerlijke gerechtigheid in stand te houden, en daardoor het schelijk

zin

leven op aarde voor algeheele verwildering te bewaren.

genomen

zaligheid

;

heeft de Wetsprediking dus niets te

trekt ze niet

B VOTO DOBDR. IV.

naar Gods

liefde

;

is

men-

In dien

maken met de eeuwige

ze het tegendeel

van

20

's

men-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 303

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's