E voto Dordraceno - pagina 374
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIV. HOOFDSTUK
368 ZOO
van
Godmensch
door den
maar God
van
begrip
dat
in),
van
die
hij,
bepaald
ook
alle voor-
men-
het een in het ander overgeleid
om
Neen,
uiet alleen
nu
alles rust
den
in het vaste
heeft naar zijn ondoorgrondelijken wil
de Zone Gods gaat wilHg in die bepahng
(en
den staat van God had, nu over zou gaan in den staat
mensch,
een
uit
zelf te verwerpen.
God Drieƫenig
staat.
Zoon
den
over
En weg
van menschelijken hoogmoed,
Schriklijke uitspruitsels
Christus,
karakter!
geleidelijken overgang van het goddelijke in het
een
als
schelijke,
ondermijnend
geloof
gevaarlijk,
stelling
I.
en,
mensch optredende, onder hen zou verkeeren
als
den staat van den schuldige, den eerlooze, den verzonkene onder zonde
in
en doem.
In
beide
mensch
dus vernedering. Vernedering niet alleen hierin, dat
ligt
zijnde,
nu
als
nedering ook reeds daarin, dat
De ,zijn
staaf, dien
God
eere" heet,
is
hij
in
voert, als God,
den staat van mensch optrad. en die in de Heilige Schrift meest
een staat van onuitsprekelijke glorie en heerlijkheid.
Vergeleken met dien staat van goddelijke majesteit
is
mensch
zijn
voert, altoos gedrukt, klein, nietig.
om beperkt, om dienende in Nu beslist uw staat niet voor wat
afhankelijk,
Immers,
de staat, dien een staat
gehoorzaamheid gij
inwendig
te
zijt.
echter
verkeert
min
niet te
is
om
het
zijn.
Een volmaakt
onschuldige kan gevangen zitten, en een gruwelijk booswicht
Dan
hij,
de onder allen verachte omwandelde, maar ver-
vrij
uitgaan.
den staat van een
die onschuldige in
veroordeelde, en die booswicht in den staat van een eerzaam huryer.
Al
Jezus daarom in den staat van een mensch
ging
en bleef
toch naar zijn verborgen wezen God.
hij
En
den staat van een schuldigen zondaar, toch was en bleef
in
verborgen wezen de Heilige.
zijn
dit
En
in,
hij niet te
zoo ziet ge wel, hoe juist
scherp onderscheid maken tusschen staat en wezen
daarom was
zoo ook, al ging
bij
min
hij
in
den Christus
alle ketterij afsnijdt
en ons een inzicht opent in het mysterie van zijn verschijning. Bij
werd gaf
geschapen
hem
hem dat
ons, zondaren, gaat die leer der staten even snijdend door.
de
nog niet
hier
den staat der rechtheid
in
vonnis wordt
(niet toestand)
van een volkomen gerechtige. Dat
positie
uit.
hij
Er
uit
komt
hij
dat valt,
is.
God
brengt
eerst door zijn vonnis; en door
overgezet in den staat van ongerechtige. Niet door
de heiligmaking, maar door de rechtvaardigmaking
om
hij
Adam
stelt
nu God de Heere
Christus' wil zondaren weer in den staat der rechtvaardigen, dat ze
maar
wel
nog
door
God bejegend worden.
En
zondaars
deze
onze
zijn,
staten
onlosmakelijk saam.
als rechtvaardigen voor
hangen
nu
God gerekend en
met de staten van den Christus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's