E voto Dordraceno - pagina 266
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVa. hoofdstuk
268
van uw innerlijk bestaan, waarover
terrein
En daarom
zwaait.
het
liefde,
II.
Gebod den
dit tiende
kortom
heimwee,
God
Wat
u worde. als
niet
mag
plaats grijpen
uw
een onmisbaar elemjnt voor
Dat
vervalscht en misbruikt.
dat ge
uw
is
is,
En uu
zonde.
dat
die begeerte, die
gij
is
het niet genoeg, dat
en wel
is
ge
uw
nu
wie
uw
in
ziel,
die begeerte in
nieren
uw
en
uw
man
uw
haar
uw uw
uw
bewustzijn aankomt
vragen kan. Die begeerte werkt op
gevoelde zondige hebbelijkheid
vorming
uw
in u, die
ander.
Maar wie
brengt,
is
uw ziel
die begeerte
uw
van
als
gevolg van
ook als resultaat van die persoons-
karakter anders doet uitkomen dan het ik van een
natuur, uio verleden,
God, en niet een ander, maar
wortel
uw natuur,
krijgt
de hulp van
zondig verleden en de daar-
hiervoor staat, hiervoor aansprakelijk
mv
toch
;
uit
uw
om
en eer ze
;
gij.
uw
is,
Gij begeert. In
en
u ontwaakt
ziel,
dit
teweeg-
uw persoon.
hebbelijkheid,
Uit u komt die begeerte op. Het centrum der de
moge-
Niet omdat ge er eerst over denht, en dan
zijt.
geboorte in zonde, of als vrucht van
door
van
mv
die begeerte,
en
is
persoonlijk bestaan de drie
niet enkel een
gebod maar God
u als eigen wetgever over u zelven tegen
randing
van
al
Gods geboden
tegelijk in
mid-
kwaden werken, dat ge een
in de plaats wilt stellen van de ordinantiën Gods.
niet alzoo. Dit
is
leven. Het opkomen van die begeerte toont dus dat
valsch oogmerk koost, de harmonie in u verbroken hebt, en tiën
Niet
waaruit ze opspruit
gij niet deugt- dat er in u een valsche aandrift werkt, en dat in het
delpunt
uw
begeeren alzoo onheilig en onrein hier geen ander antwoord
is
Dat ware de omgekeerde weg. Neen, de begeerte werkt en
plooi, eer ze in
wil
vuur van
hart, dat valsche
wil bepaalt, en alsnu eerst uit het middelpunt van
oproept.
.
opdoemen, dan
bewustzijn laat
dan dat gij die
lijk,
lieflijk
u vervalscht, wie in het centrum
uw
in
begeerte indraagt, en de aandrift van in
het veeleer
luidt.
Vraagt van
is
begeerten niet ongebruikt laat, maar richt op wat
uw
over u
bezield leven inschiep, bederft,
ge deze begeerte losmaakt van haar zondige bijmengselen, en eisch,
God
geboden, en een begeerte naar den levenden
Gods
voor
liefde
in
God u
edoch in dien
;
„het last in alle gerechtigheid," verlangen naar wat
dat,
bestelde
maar
het begeeren, in u vernietigen zult;
integendeel, dat ge dit begeeren sterk in u zult laten werken zin,
scepter
zegt het u, nüt dat ge het verlangen, den lust, de
als
Hem
En
uw
ordinan-
dit
nu mag
Wetgever weerstaan,
overstellen; een aan-
de kern van
zijn
wetgeven de
macht. Vandaar dan ook, dat elke overtreding van één gebod u, door de overtreding van het tiende Gebod, aan
aJle.
Het woord van Jezus: „Wie een vrouw
geboden Gods schuldig aanziet
om
haar
te
stelt.
begeeren,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's