Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 559

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 559

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. Lil. HOOFDSTUK als

Job het afsmeeken, dat ook

nu

dit

gebed op de leven

eigen

De

of

feitelijke

moge

heeft

hem

maar wie

staat het vast, dat elke

beweenen; dat eiken morgen en eiken avond

met zonde

God meerder

zijn

onze

dat al oordeelt ons onze consciëutie

bevlekt zijn;

dan ons hart en

is

dag

zelfs

dingen weet; en dat we des-

alle

óók hebben te bidden voor de verborgen afdwalingen, waarvan we

wege

ons zelven niet bewust

van

zijn.

En

toch, al staat dit ook vast, vast op grond

Woord en op grond van

het

eigen en anderer ervaring, toch

morgen weer de bede opgaan: Beicaar

eiken

we weten, en

dus

zoo,

toe

met zonde behept

en

bewuste en gewilde zonde voor zonde aan-

die alleen

weet beter. Voor

is,

te

beste werken niet,

ervaring, dat er dagen zonder zonde in zijn

zich inbeelden zondelooze dagen doorleefd te hebben,

dieper ingeleid

zonde

kinderen niet zondigen mogen. Steunt

het leven onzer kinderen voorkwamen ? Stellig neen.

in

oppervlakkige,

ziet,

zijn

561

II.

zelf

ons aan,

ellende van

En

om

we

dat

tot

De zaak

staat

aan onzen dood

en toch, desniettegenstaande,

steeds te bidden

:

drijft

Bewaar mij voor zonde, neem de

en zoo ook: Leid mij niet in verzoeking.

mij,

toch de bede eigenaardige

heel

vastelijk weten,

yoorsonrfe.

zullen blijven, het kruis zullen te dragen hebben,

komen moeten,

verzoeking

in

God

dat

my

blijft

Leid mij

:

strekking,

niet in verzoeking, heeft

nog een andere ge-

waarop niet genoeg kan worden

bijzonder karakter toch van de meeste verzoekingen

is,

gelet.

Het

dat ze altoos iets

dat ons aantrekt, boeit en toespreekt. Zonder die bekoring zouden

hebben

ze zelfs geen verzoekingen voor ons zijn. Krijgt een jong mensch, die dus-

ver

de

en eenvoudig leefde, een aanverwant of bloedverwant van losser

stil

leven

zich te gast, die

bij

stad

in

dien jongen

gaan en een vroolijken avond te hebben, dan

te

man

om meê

leiden

om met hem

na den maaltijd hem uitnoodigt,

dit voor

is

hem

een verzoeking. Zoo licht toch zal dat bezoek

te

gaan en meè

te

doen, en alzoo op paden te komen, die

dusver meed. Edoch, en hierop dient nu gelet, dit zou niet zoo

hij

indien er in zijn hart geen inwonende zonde ware, en de zucht,

de wereld eens te zien en de wereld eens in

delijk

toe

gekomen

bezoek.

Kan

hij

zijn

zijn,

Behoort

te

hem

niet welstaanshalve

En

onderwijl

de zonde in

hij

ja,

E VOTO DORDR. IV.

zóó dat

hij

ook

zijn

erniethcht

hij

Maar uu komt

gast

meê

te

dit

gaan?

dezen plicht der gastvrijheid over-

zijn hart,

schoone kans, een goede gelegenheid

gezocht heeft,

met

om

aan dien aandrang

hij

zulke gladde paden op te gaan.

nu

zijn,

genieten, niet herhaal-

zondig hart weerstand, en alleen zou

om hij

het laten?

weegt, prikkelt

een

meê

hem ware opgekomen. Dusver nu bood

en neiging van

ver-

en is,

fluistert

hem

in,

om, zonder dat

dat het nu

hij

het zelf

het eigenlijk niet laten kan, aan den ouden

36

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 559

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's