E voto Dordraceno - pagina 294
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLTVb. hoofdstuk
296 gelukkig
En
zijn.
en betreuren
is,
op
afstand
verwijderd
met hun sterven, en wordt
feit
ontbonden
worden"
te
hun
in
op aarde geen denken aan
liier
beneden van dat hooge ideaal nog altoos
ze hier
lioe
onmetelijken
zoo
droeve
En
bevinden ze nu, dat er ze,
II.
soms
waarneemt,
wat ge ook
is,
naar deugd streven
ook
toch
die
juist dit
„om
het verlangen
gewekt.
ziel
vraagt ge, of dit dan niet bijna hetzelfde
keerden
dan verzoent
blijven,
juist hierdoor
onbe-
bij
—
zoo
zij
opgemerkt, dat deugd en heiligheid geheel uiteeuloopen. Tegenover deugd staat otideugd
;
tusschen iemand, die weet dat een zondaar
hij
En
tegenover heiligheid staat zonde.
al
het diepe verschil
ondeugend, en iemand, die belijdt dat
hij
schuift zich dus ook tusschen de deugdfxeiïking en
is,
de prediking vau Gods heiligheid
'm.
Nu
wordt
dit verschil hier
Catechismus niet uitgewerkt, maar één punt geeft
door den
toch aan, waaraan
hij
ge Gods kind ten slotte herkennen kunt, dit namelijk, dat Gods kind niet
wet;
gevallige
maar naar
genade
hooger
door
niet
sommige,
naar
alleen
richt
al
al
wordt
te leven.
Wie
zichzelf een
hem
Gods geboden tracht
maakt
aangedreven,
zedelijken ernst tegen deze of die bepaalde
zijn
ondeugd en noemt eerbaar en goed
al
bood. Mits iemand kuisch leve
hij
;
is
wie aan deze bepaalde zonde weerstand braaf en goed, onverschillig of
hij
kwaadspreken, toorn of hoogmoed tegen Gods wet inga. Mits iemand zij,
gaat
hij vrij uit
zouder dat ge te nauw moet toezien, of
wandelt. Mits iemand goedhartig en milddadig
onderzoeken, of
den
naam
hij
vergevingsgezind, of
des Heeren
zij.
Maar
hij
juist dit
zij,
zonde
velerlei
en
om
nog
gedurig
En daarom
geworden.
gelijkelijk
in alle
en
vreedzaam, of hij ijverende voor
wet
Gods
liefde
alle zonde,
Gods kind
voelt door
ook al woelt de trek naar
eigen hart. Hij
is
der zonde vijand
in zich een verzet, dat zich gelijktijdig
hef,
even sterk
langer
zelden gevoelde.
Gods
te
wordt nu in Gods kind anders, en
tegen alle zondige neigingen richt, en
hem meer
bekoring
hij
hem, zonder
hem
perst en dringt,
stukken van de wet Gods de ordinantiëu van den Almachtige
te eeren. Dit zal niet altoos
zonde
in zijn
bespeurt
wel in kuischheid
looft gij
hierin steekt een zoo heerlijk merkteeken van genade.
werking des Geestes haat in zich tegen
hij
door
eerlijk
zijn.
ophouden,
Maar de zaak
Ook
als
zaak
en voelt het van die wet, hoe
trekken.
zal wel deze of
gene booze
dan een zonde, waarvan
al
blijft.
hij
de
Gods kind heeft
Gods geboden hem
tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's