E voto Dordraceno - pagina 277
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XI. HOOFDSTUK IV.
moet meer worden gezegd.
Ja, er
Al
is
271
het onder ous, Gereformeerden, nog niet tot iieiligen-aanbidding
gekomen, toch dient het oog er voor ontsloten, dat ook op Protestantsch
Romes
terrein hetzelfde onkruid reeds weer begint op te schieten, waaruit
dwaling
Dat
overplantte.
zoodra
hart,
met
steeds
En
ten deze voortsproot.
waarin
gaat,
feil
in
alle
eeuwen en onder
logische consequentie in deselfde
dwaling
een
zulk
groudbedoeling
van
hart
het
moge
blijft
dan
toch
hemelstreken,
alle
afdwalingen
voordoet,
zich
ze op ons erf
Neen maar doordien het menschelijk
in het minst niet.
het
Rome
dat niet doordien
De vorm,
vervalt.
maar de
uiteenloopen, één.
Het
en blijven
zijn
dwalingen van dezelfde soort, familie en vertakking In de Heihge Schrift wordt het aan de kerke Gods gedurig ingefluisterd, ingeprent en schier ingestampt, dat toch de Heere alleen groot acht worden, en dat van elk menschenkind onder ons gelde
:
dan af van den mensch, wiens adem
is,
achten!" of
te
hij
ijdelheid."
Romes
persoonlijke
de
hiërarchie staan, zal er
Maar komt ge nu op de
dit openlijk loochent.
bevindt ge het in eigen
neusgaten
Rome
en
bij
opinie zoo heel anders.
van
opzichte
Dan
uw
is
mensch
iemand
zijn, die
is
o,
dan
eigen huis en in
uw
de inbeelding die ver-
familie
meeste kringen
in de
en vrienden een onderlinge verheffing en ver-
voor elk buitenstander lachverwekkend
die
is.
En dan
vindt
voorkomende verlegenheid zulk een blind vertrou-
elk ongeval of
bij
ieder
soms vooral de onbeduidendste middelmatigheden
en
meeste,
heerlijking,
ge
want waarin
is
practijk des levens,
ons, en zelfs in
van zich zelven hebbeu, grenzeloos. Dan vindt ge ten
ge-
Dit belijdt de kerk dan ook, en noch in onze kerken, noch in
de kerken die nog onder
reweg
in zijn
de Psalmist uitroept; „Immers
gelijk
moge
„Laat gijlieden
wen op menschen, en
zulk
een
schamper wantrouwen jegens den Al-
machtigen God, dat een vroom en nuchter toeschouwer zich zelven afvraagt, of
we ook
in de
omgekeerde wereld
kwaad uu
Dit
zoodra
leven
in,
tegen
waarschuwt
op de grenzen
Toen begon
het
op
hiermee
te
sluipt ook
in ons kerkelijk en
godsdienstig
en
de
eerste beginselen er
van niet
als
contrabande
stuit.
hier
bedoelde
kwaad
dan ook pas
in de Christelijke kerk
komen, hebben de toenmalige leeraars zeer wel
aan de eere Gods afbreuk wierd gedaan,
zettend genoeg, niet
maar
ze zijn er niet
om
beseft, dat
den mensch weer
aanhoudend genoeg,
niet door-
met genoeg veerkracht tegen opgetreden. De nagalm
van dat verzet der leeraars te
ongemerkt
Bediening des Woords er niet ernstig en rusteloos
de
ten troon te verheffen,
kerk
zijn.
valt thans
beluisteren en wie zich
nog
in de belijdenis der
mocht inbeelden, dat Rome
Roomsche
in zijn ker-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's