E voto Dordraceno - pagina 103
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. V. HOOFDSTUK
met
die volle inspanning, tienmaal duizend jaren
Eeuwigen indronk, dan nog zou
des
het zou nog niet zichtbaar
De zonde
God
tegen
is
97
III.
teugen dien toorn
volle
geen einde aan
er
wat zeg
zijn,
ik,
dat er af was.
zijn,
begaan, en dat
is
het ontzettende,
waarom
er
afdoen aan de straf en de eeuwige rampzaligheid zoo ijzingwekkend
geen
is.
En
uit dien
hoofde nu leert de Catechismus, dat daarvan zelfs de allerheiligste
engel u
nimmer had kunnen
toch
een
altoos
verlossen,
creatuur
bloot
omdat
zelfs die allerheerlijkste
nimmer het zoover met het dragen van Gods dat
zeggen kon
hij
bereikt
„Nu
:
engel
en een bloot creatuur nooit ofte
bleef,
toorn zou
kunnen brengen
het einde bereikt," en alsdan, na dit einde
is
hebben, tot het verlossen van anderen zou kunnen overgaan.
te
Als er aan de overzijde van den Oceaan op het strand staan, die naar dezen oever wenschen te komen, en
met zwemmen geschieden,
zwemmers machteloos. Want hoe
zwemmen moge, komt
Stellig
zelfs
kostelijk en prachtig de beste
zwemmer ook
de beste
maar halverwege den Oceaan.
En toch eerst als hij aan komen om die anderen te verlossen.
één aan gindschen oever.
nooit
dus
is
moet
dan staan voor zulk een doel
niet één brengt het ooit ook
gindschen oever was, kon
Het
er geen schip of boot of vlot, en het
is
och,
er
hij
aan toe
waarop
oneindige
dit
hier voor alle eindig creatuur de
mogelijkheid onverbiddelijk afstuit, en uit dien hoofde besluit de Catechis-
mus
nu, dat derhalve de Middelaar, die ons wezenlijk zal verlossen, tegelijk
sterker dan alle schepselen, en dus
Deze overgang
Er
ligt niets in.
en
God moet
nu
van
hebben
gebazeld
tusschen het schepsel en den Schepper Staat schepsel,
het
alzoo
belijdenis,
En stelt
dit
nu
omdat het eindig
zoo
is
waarin
zijn
;
is,
is
het
dat
Maar het
is
grenslijn
hier niet toereikende
is,
dan moet het wel
en
mensch"
de wonderbare tegenstrijdige
uitloopt.
als
om
te
zeggen: „Ons denken
de Middelaar zijn moet," en nu voorts te gaan
God ons
zond, daaraan wel beantwoordt.
omgekeerd een afgluren van hoe de Heere
in zijn zedelijke
grondslagen des zedelijken levens heeft vastgesteld, en nu
de
tot de belijdenis
komen, dat onze Middelaar
levens niet vertreedt,
E VOTO DORDR.
De
absoluut.
is
hope op verlossing
zóó
bazelen.
uitgemaakt, dat de kracht van het
wordt nu alzoo beleden, niet vast,
en
en overmits het oneindige alleen in God wordt
„God
het alle
onderzoeken, of wat
schepping
en
vast
een oneindige kracht gevonden,
zijn.
Tusschen een schepsel en den Schepper
geen overgangen, wat ook de Gnostieken van vroeger
zijn
Gnostieken
de
niet te stout.
is
I.
maar
die ordinantie des zedelijken
heerlijk in zijn persoon doet schitteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's