E voto Dordraceno - pagina 251
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIII. HOOFDSTUK valt
dan
253
III.
de vergoelijking van de dusgenaamde reservatio mentalis,
ook
of het geestelijk voorbehoud, alsof ik
bij
het doen van een belofte of
bij
het
afleggen van een getuigenis, iets anders denken mocht, dan ik vermoeden kan,
dat
hij,
met wien
doen heb, er onder verstaat. Dit
ik te
valschheid
en daarom nimmer
allerminst
voor
Heeren al
')
onder
den
vrij
te
pleiten.
En
vrij
rechter, overmits de rechter mij in
eede oproept,
om
is
altoos
te pleiten wel het
den
Naam
des
de waarheid, niets dan de waarheid en
de waarheid te zeggen. Ten onrechte zyn de woorden van Paulus over het
„lastig
vangen" in het vorig hoofdstuk hij deed maar van
door ons als pia fraus opgevat. 2 Cor. 12 16 moet verstaan, niet van wat wat anderen hem vorweien, en hetgeen door hem werd ontkend. :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's