Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 520

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 520

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. L. HOOFDSTUK

522

Gansch

visschen.

de

in

woestijn

geen middel daarentegen werd aangewend, toen Jezus werd,

geleid

en

of

van

brood

wel

die

aan

Het meel

zin.

werd

allen

zelf te

ongewone

op

ook

van

kiest

we

gelijk

dit slechts schijn,

duizend niet uit die

vijf

juist,

dat te

uitgereikt,

daar de eigenlijke

brooden kwam, en er dus

vijf

maar geen brood

in

den gewonen

Zarphath en het brood, dat de apostelen uitdeelden,

was evenals het Manna dus steeds

de opmerking wel

is

de wondere spijziging toch het gewone middel van brood

bij

meel dienst deed, maar toch was

voeding

dagen en veertig nachten

veertig

hij

noch brood noch Manna ontving. Hierbij Zarphath en

III.

woestijn, wonderbrood.

in de

die stelden

:

De

Door de gewone middelen,

wijs.

tegenstelling blijft

God kan u voeden op de gewone, maar die Hij tot voertuig

Goddelijke kracht, of zonder die gewone middelen, door-

zijn

dien Hij zijn Goddelijke mogendheid zonder eenig middel of door een bui-

tengewoon middel, dat het vroom

lijk,

buitengewoon

iemand

d.

i.

een wonder, werken

gemoed

middel

om

er toe neigt,

heerlijker

laat.

Nu

is

het ontegenzegge-

het zonder middel of door een

vinden. Als het zoo besteld was, dat

te

die bad, en vuriglijk en ernstig bad, zonder brood bij het leven

evenals het Manna, een soort wonderbrood tot zich zag afdalen,

bleef, of,

zou de eerste aandrift der vroomheid er óns allicht toe verleiden,

gewone

brood opzij te zetten, en op de openbaring van zulk een wonder

Het

wachten.

te

om het

maakt op

ons, zondaren,

den indruk, alsof een recht-

streeksche openbaring van Gods almacht hooger staat, dan een zijdelingsche.

Het dat

stuit ons

God aan aan

binden

min

meer voor ons

of

een middel gebonden

we ons gaan

gevoel, zoo

is.

Er

ligt

voorstellen,

voor ons besef in dat zich

een middel, iets vernederends voor Gods almacht.

Den weg

der middelen dachten wij ons liever weg. Voor menschen vinden we dien

weg der middelen weg der middelen

maar met Gods

natuurlijk,

te strijden. Indien de

majesteit schijnt ons die

Heere onze God zóó almachtig

is,

dat Hij het evengoed zonder middelen kan doen, als door middelen, waar-

om, zoo peinst dan de de middelen niet, en

ziele in ons,

waarom

waarom versmaadt dan God de Heere

toont Hij dan zijn almacht niet regelrecht

en rechtstreeks?

En

zie,

tegen die schijnbaar vrome, maar in haar kern zeer onvrome,

overlegging, gaat Jezus

nu met de

„Onderhoud ons dezen dag door

vierde bede

uw

in.

Immers,

die bede is niet

almacht," maar heel anders: „Geef

ons heden ons dagelijks brood.'' Die bede richt zich dus op het middel.

Ze

God

zet

het

believen

middel niet zal,

ons

opzij.

Ze laat het

zelf niet in het

midden, of het

zonder of door het brood te onderhouden, maar

klemt zich aan het middel vast, en begeert ootmoediglijk, dat het Gode

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 520

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's