E voto Dordraceno - pagina 370
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
372
ZOND.
ben een zondaar voor God"
„Ik
zonde
bittere
uzelven onderzoekt,
heid
om
dat
meer
gij,
hoogmoed, Bij
en
slaaf
van
niemand
en
medicijn
om
onze
bij
uw
krankheid
zendt naar de apotheek form,
is
zorgen
om
na
ziel
te speu-
we
weet.
vrij
ijvert
waarvan
Of omgekeerd,
Wie
wel voor.
hier
koorts heeft
om morphine
chinine, wie pijn lijd
En evenmin komt
onze gebeden.
in hij
het
tegen nijd, haat en
of chloro-
om
dwaas genoeg naar de apotheek zoo maar
zielskrankheden is
waarin
zonde der zinnelijkheid verderft.
in de
ziel
een geneesmiddel te zenden.
wat de zonde
zijn
komt
uw zonden op
voor, dat
zinlijke zonde, slechts
inmiddels
lichamelijke
realiteit
en dat ge toch altoos alleen aan zinlijke
waarvan ge uzelven dan meest
denkt,
uw
de ligging van het kwaad in
van den hoogmoed liggen
zonden
maar
weten welken bepaalden vorm de geestelijke krank-
aannam. Anders toch komt het
u
bij
terrein
zeker reeds iets,
u op den voorgrondt treedt; zoo ge nauw en diep
bij
ren, teneinde alzoo te
is
VIII.
nu nader onderzoekt, wat do vormen
hier toch pas in, als ge die
XLV. HOOFDSTUK
zijn
bij
Een
een
nu tepas
dit
ieder behoort te weten,
God genezing
zoekt, en voor die zonde
heeft hij van zijn hemelschen Medicijnmeester het geneesmiddel dat
hem
redden, of zijn pijn stillen kan, af te smeeken. Ja,
nog dieper hebt ge hier
in te gaan. Niet alleen toch dat bij
zonde een eigen karakter draagt, en het geestelijk leven
nooden van
heeft, waarbij
week
tot
u
bij
een eigen medicijn hoort, maar ook
uw
gen van de stemming van uw gemoed, van wat u weervaren
afvragen
heeft.
toestand
is
week, soms van dag tot dag verschillend. Dit kan afhan-
leidingen die u ontmoeten. zich
u de
zijn eigen
welke
En daarom
bepaalde
Dien nood voor God
zal wie ernst in zijn
gestalte
op
dit
oogenblik
En daarcan redding
begeeren.
zijn
bloot leggen.
van ver-
is,
gebed brengt,
zielsnood
ACHTSTE HOOFDSTUK. En
in dien
voorwaar in
dag
7,ult gij
ik zeg u: al
mü
niets vragen.
wat gü den Vader
Voorwaar
zult bidden
mijnen naam, dat zal Hij u geven. Joh. 16:28.
Voor
een
gebed, in den heiligen zin des woords,
is
alzoo niet slechts
de kennisse van den Heere onzen God, maar ook de kennisse van onzelven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's