E voto Dordraceno - pagina 196
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK
198
II.
een gerechte straffe Gods voor de hoovaardij der bezitters, die waanden,
Hem
buiten
Deze
om, hun mammonistische rechten wel
uitnemenden
niettemin
weer
eigendom
den
in
dwingen op
te
acht
te
kunnen
te
beveiligen.
daarom
ook, doen
zichzelve
ten einde de fundamenten weer bloot te
dienst,
den mensch
en
woelen,
ongerijmd
hoeveelszins
theorieën,
Als
slaan.
fundamenten ook van
die eerste gij,
gelukkige bezitters van het
God om, uw eigendomsrecht poogt te fundeeren, op niets uw menschelijk inzicht, uw traditie en de door u onderstelde
oogenblik, buiten
dan
op
noodzakelijkheid, welnu, dan zullen wij, zoo zegt de consequente socialist,
u met
gelijke
inzicht,
naar
munt een
God om, naar
betalen. Wij ook zullen, buiten
andere
gevende
gehoor
en
traditie,
andere noodzakelijkheid, op onze beurt het eigendomsrecht regelen
we zullen het Dat zeggen.
anders doen dan
heel
dan vreemd, maar
klinkt
den ander.
veel recht als wat die anderen
orde."
En waar
is
noemen de
zoo goed als het beweren van
noemen
heeft minstens even-
van de maatschappelijke
„traditie
om
op de noodzakelijkheid wijzen
zij
alleen
er is op dat standpunt niets tegen te
„de traditie der ellende"
zij
;
gij.
Immers het beweren van den één
Wat
eigen
aan een geheel
aan de bestaande
ellende
een einde te maken, staan ze wel zoo sterk als die anderen, die
nadruk
leggen
op
de
men op
bezit te behouden. Zet
tegen opinie staan
nie nis
;
die
men
dat
dat in dien
op
Is
zij
ten
prikkel van het privaat
wyze het geding
om
leste
het
bezit
man
is
moet komen
tot het recht
daarmee dan gezegd, dat God ons
schreef, hoe en op
wie
in
dien
blijft
Wie
vechten ga en
alle
hoogere sanc-
van den sterken arm.
in zijn
Woord
een vaste wet voor-
wat wijs de goederen der aarde onder de 1400 mihoen
zin de
haar beteekenis. Maar
?
In het minst
en kan daarom ontkend, dat geheel de eigen-
domsquaestie anders komt
te
hem
staan voor hem, die die
van
God
als
niets anders weet
den oppersten
dan van men-
schen en van goed waarop die menschen azen ? Vergeet toch
om
zich
natuur zeer sterk eiken
allerlei is.
goed toe
De honger
is
te
u moet warmte toekomen. Ge
zijt
niet,
dat de
eigenen, reeds op zichzelf in onze
een scherp zwaard, en eiken morgen en
avond maant de nauwlijks half gevulde maag. Ge
in de open lucht, en
niet,
Mozaïsche wet opvatte, miskende ten eenenmale
mag
Eigenaar erkent, dan voor
prikkel,
het opi-
ontstente-
bij
man
menschen, die haar bewonen, verdeeld moeten worden en
dan en
;
er geen andere uitweg,
tegen
de sterkere den zwakkere versla.
strijd
schuift,
op,
er is geen beslissing mogelijk
van een hooger rechter die uitspraak doet,
dan
tie
om den
noodzakelijkheid,
naakt, en moet gekleed
moet wonen. Altegader behoeften
lijdt zijn.
koude, en
Ge
staat
die ge niet verzint,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's