Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 13

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 13

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND.

HOOFDSTUK

I.

weg is. En nu komt

rekent, en al rekenende merkt, dat hij in

een

angst

zijn

hem

ander, die

met

schatten aanbrengt

II.

tot dien

mensch

de wetenschap van zeer aanzienlijke

hem

de verzekering, dat ze

toebehooren.

Dit nu troost hem.

nog

Niet

bewustzijn

schat

de

wetenschap

de

als

maar de wetenschap van dien

zelf,

van zijn

schat, in zijn

schat ingedragen,

is

wat

hem

troosten komt.

En

zoo heeft de onderwijzer een luisterend oor bekomen.

Wie

aan

zoo

er

toe

men hem

die rust niet, eer

is,

alles

van dien

reddendeu schat heeft verhaald.

TWEEDE HOOFDSTUK. Hetzij

wU zyn

dan dat

wy

leven, hetzU dat

sterven,

des Heeren.

(Rom. 14:7)

In de tweede plaats

om

noopt,

Onze te

neigt altoos

zin

nemen en

te zorgen

om

te deelen

;

om

het leven van de ;

Men

bijeen

te

zijn,

men

of ook

hoort, en

is

bedacht op

komt daardoor ongemerkt

zijn

tot

opnemen van het aardsche leven en een

opvatten van de zake der

En

eeuwig

hiertegen

nu

is

En daarom

vraagt

hij

een veel

splitst

te materia-

veel te spiritualistisch

het, dat onze

Catechismus terstond reeds door

Zulk een onnatuurlijke scheiding

aanstonds:

„Wat

is

uw

mag

zijn

niet.

eenige troost, heide in het

leven en sterven?" en laat er op antwoorden: „Dit, dat ik ziel,

maar

heil,

Men

ziel.

eerste vraag protest indient.

en

dit leven

zorgt voor het lichaam zonder op de nooden van zijn

verwaarloozing van de eischen des stoffelijken levens.

listisch

apart

ziel

nu alvast voor

en eerst later voor ons leven hiernamaals. Zoo snijden we elk

bedacht

onder

wat

opgemerkt, hoe de Catechismus ons aanstonds

apart het leven van het lichaam

verband door. ziel

zij

ons leven en heel ons aanzijn op te vatten als één geheel.

met lichaam

maar mijns getrouwen

beide in het leven en sterven, niet mijn,

Zaligmakers Jezus Christus eigen ben." Hij

vollen

neemt Gods kind dus

omvang

schimmen

en

zooals het

zijner nooden, voor

geen

zielen,

is

hem

en bestaat, en als mensch, naar den treedt.

We

zijn

nu eenmaal geen

maar levende wezens met een lichaam, dat

ons gemeenschap geeft aan de zichtbare wereld, en met een in

verband

stelt

met de onzichtbare dingen.

En

evenzoo,

we

ziel,

die ons

leven niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 13

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's