E voto Dordraceno - pagina 349
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIII. HOOFSTUK
De
van
ook
vinder
deze ketterij
is
343
I.
Schleiermacher geweest, die een
standpunt innam, waar én de moderne én de ethisclie scliakeering van deze uit
ketterij
voortgekomen
is.
Men kan
ze de
Humanistische doling noemen
Gods
inzooverre aan beide het herleiden van het Zoonschap tot het kindschap in den
mensch gemeen
is,
terwijl ze slechts daarin uiteengaan, dat de
Modernen
menschelijke kindschap Gods alleen in de beseffen en gewaar wordi7igen
dit
zoeken,
Ethischeu
de
terwijl
krachtens zijn schepping. Toch
Tegenover
verdiepen
het is
in 's
tot
menschen wezen
ze in den grond zuiver Pantheïstisch.
deze ketterijen, van eertijds en van nu, komt daarom
alle
de Christelijke kerk in haar schoone belijdenis op, door streng de grenslijn
den Schepper en het schepsel
tusschen
te dulden, dat ooit
Er
God en mensch
te
trekken, en op niet één punt
ineenvloeien.
zoo belijdt de Christelijke kerk, eenerzijds een eeuwig en volzalig
is,
en in zich zelf genoegzaam Wezen, dat we aanbidden als Vader, Zoon en Heiligen Geest.
En
anderzijds
Drieëenig
dit
is
Wezen
er een heelal
van hemel en aarde door den
tot aanzijn geroepen,
wil
van
en in dat heelal van het geschapene
hoort ook de mensch thuis.
Van
eeuwigheid af nu, en dus geheel afgezien van dit heelal, dat later
komen zou en van den mensch
die in dit heelal zou
geschapen worden, was
de Tweede Persoon in de Drieëenheid oorspronkelijk en eeuwig de Zoon, door den Vader van eeuwigheid gegenereerd, en bezat krachtens die
als
het
generatie
En
van
als
de mensch geschapen wordt, dan
menschen dat
en eeuwige volle en waarachtige Zoonschap Gods.
nu later in den loop der eeuwigheid eindelijk dat heelal en in
dit heelal
die
eenige
ooit
eenige,
komen
is alle
kindschap Gods, waartoe
kan, nooit anders dan beeld en afschaduwing
eeuwige en waarachtige Zoonschap dat de Zoon alleen
bezit en eeuwiglijk alleen bezitten zal.
Hij
is
dus nooit de Zoon, omdat
hij
optreedt in de menschelijke natuur
en die menschelijke natuur een kindschap Gods kan bezitten.
Maar omge-
keerd kan die menschelijke natuur alleen een kindschap Gods bezitten als
afschaduwing en beeld van het eeuwige Zoonschap dat in den Middelaar
Onze
vaderen
drukten dit
niet voort uit de Huishouding, uit
het
uit,
door te
zeggen: Het Zoonschap
maar het Kindschap Gods
Eeuwige Zoonschap. Een term, waarmee
vooruit heel deze
moderne en ethische
ketterij
in de
rust.
vloeit
Huishouding
ze als profetisch reeds
omverwierpen. Immers, ze
bedoelden daar juist mee, dat het eeuwige Zoonschap geheel onafhankelijk van de schepping en de verlossing van den mensch bestaat, terwijl én Modernen
én
Ethischen
het thans juist uit
's
menschen aard en wezen
verklaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's