E voto Dordraceno - pagina 208
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
208
ZOND. XXII. HOOFDSTUK
maar tevens een
van
afscheiding
al
instrument ons gemeenschap schonk.
II.
datgene waarmee dat lichaam
En daarom
is
als
het sterven een scheiden
ook van onze gelieven, een scheiden van ons goed en onzen levenskring,
van en
beroep
ons ons
en
en
volk
onze werkzaamheid; een scheiden van ons geslacht
dus
van ons vaderland; een scheiden van
ook
al
het
menschelijk leven, dat op aarde onze wereld uitmaakte.
Heel de aarde alle rijk der
is
natuur
schelijk lichaam uit.
schepping
van
om
den mensch, en in het menschelijk lichaam vindt
zijn
kroon en voleinding. Het loopt alles op het men-
Het menschelijk lichaam
der zichtbare wereld
is
is
opgekomen.
het hoogste wat uit de
En daarom,
als onze
ziel
lichaam, uitvaart, neemt ze tevens afscheid van geheel deze aard-
dit
sche bedeeling. Met, dit zullen we later zien, voorgoed. Alles wat wezenlijk
strekt
om
De
bestand heeft, komt weer.
komst des Heeren. Maar
Wie
door.
sterft
scheiding
van
zonde en van
zijn
slechts tot aan de weder-
houdt op niet slechts in
voor deze aarde te leven. Hier bestaat
vrucht
is
in het sterven zelf gaat die scheiding toch vol-
zijn
hij
zijn
lichaam, maar ook
niet meer.
En
al
moge de
goede werken nog nabloeien, en elk
onzer een spoor ten goede of ten kwade in dit aardsche leven achterlaten, wij
zelf,
voor onze bewuste persoonlijkheid, zijn met ons sterven heel die
wereld en
Zeer
wat
al
in die wereld ons lief was, kwijt.
natuurlijk rijst dan de vraag, wat er na dezen dood, na dat af-
na deze afscheiding van het lichaam met onze
sterven,
op die vraag antwoordt de een, dat de
ziel
na den dood
ziel
in
gebeurt.
een soort van
slaap ingaat en onbewust voortbestaat tot aan de wederkomst des
antwoordt
een
ander dat de
ziel
Heeren
na den dood nog een soort louterings-
proces heeft te doorloopen; en antwoordt de Heilige Schrift, dat de
na den dood, zoo ze
in Christus besloten
aan de zaligheid, en zoo ze
En
is,
ziel
van stonde aan een deel heeft
sterft buiten Christus,
van stonde aan wegzinkt
in rampzaligheid.
De
voorstelling
ze eertijds was. Dit
van een slaap der
aan het bestaan van een
niet
ziel is
komt daar vandaan, dat ziel
gelooven
;
thans minder gemeen dan zoo velen thans ganschelijk
althans niet aan haar voort-
bestaan na den dood, en daarom heil zoeken in den weg der roekeloozen, die zeggen:
van de
een
„Met den dood
leven
is
het uit."
na den dood nog
voorstelling van een zieleslaap
kring
ingang,
Den machtigen
Maar vroeger, toen deze loochening
niet zoover
was voortgeschreden, vond
na den dood in tamelijk uitgebreiden
en Calvijn schreef er nog een afzonderlijk traktaat tegen. invloed dezer richting en zienswijze ontdekt
thans nog in menig grafschrift, en in menige uitdrukking die
doeden
bezigt.
De gewone
men dan men van
ook zijn
uitdrukking: „Hier ligt begraven." „Hier rust
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's