E voto Dordraceno - pagina 54
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND.
48 Hij
dus ook
vielt
viel,
wezen en
want
;
II.
had van God een
die eerste voorvader
wezen een natuur ontvangen, en nu bleef dat wezen wel
in dat
onaantastbaar,
gij
HOOFDSTUK
III.
maar
natuur was de levensaard
die
hem, en
in
natuurlijk terstond een wijziging ondergaan, zoodra hij zijn
deed
eerst
En
stank.
dien
aan
hij
Adam
zoo was het ook hier.
honden
er mijn natuur buiten
en
losliet
en
verdorren, wat geurde geeft thans
thans
doet
bloeien
God
bloem gaan de sappen opeens anders werken.
dies viel. In een afgesneden
Wat
moest
die
kon niet zeggen
want
;
die zondige
en zooals dat leven
zijn leven gaf,
Ik zal zondigen
:
daad was een keer natuur. Zoo
liep, liep zijn
wierd dus zijn natuur zelve door dit zondigen anders gekeerd, anders ge-
wend, en begon het leven anders in haar
te
werken.
En
overmits nu ook
verandering van den loop van het leven in hem, op verwelking en
deze
verdorring en versterving ging, zegt de Catechismus dat zijn natuur (niet
Adam
wezen) wierd verdorven. Dat had
zijn
dat
achtte
het
mogelijk zou
zooals ze was,
maar
van
God wezen! Nóg
een
als
om
zijn,
zijn
nóg krachtiger en
zelfs
natuurlijk
rijker te
houden
te
maken. Hij had gedroomd
dan God hem
heerlijker
bedoeld. Hij
7iiet
natuur niet alleen
schiep, of zooals
hij
anders eerst na een lang aanzijn van inspanning door Wetsvolbrenging
in
het
Maar dat
leven worden zou.
eeuwige
geweest, en eer integendeel sloeg
Adams natuur
Een menschelijk lichaam moet aan de moeten één die het
En
neder.
Dan
zijn.
blijft
ziel,
wat het was. Neen, dat kan
blijven toch aldoor voortwerken. Alleen zijn
;
en voor gezondheid en bloei krijgt
;
Het lichaam wierd
dat het lichaam, afgesneden van de
toch
band
snijdt ge dien
maar ook het gaat nu aanstonds anders iverken
dat niet alleen,
verderf en ontbinding.
ge
Deze twee
zijn.
bindt door, dan valt opeens het lichaam plomp
ziel
meer organisch, maar dynamisch
niet
Maar
illusie
om.
in verderf
verbonden
het lichaam en bloeit.
leeft
lichaam aan de
ziel
was schuldige
alles
lijk.
Het
wel niet meer
niet.
De
maar nu
is
dus niet zoo,
maar dan
bloeit,
krachten die er in
zijn
van de
die krachten
ziel
afgesneden, werken ze anders, en doordat ze anders werken, vernielen
ze nu, ontbinden ze, brengen ze verderf.
En
zoo
behoort
God.
nu ook
gebonden
Maar nu
evenals
een
zijn
kan
natuur
het
te
met de zonde. Evenals het lichaam aan de
ziel
Adam
aan
zijn,
zoo
in
niet
nu
Adam stil
eerst
stil
zijn.
verdervend voort.
band
valt.
zouden
en
tier
hem
;
verbonden
door.
Maar wel
Gevolg
te
is
zijn
dat
hij
gaf,
Maar
nu
verre er vandaan dat
blijven, iverken ze toch door.
Die werkt op.
bloei
verdorring en verderving over al
behoorde
booslijk dien
snijdt hij
afgescheiden lichaam
nu de krachten natuur
is
terwijl die
Zijn
werking van
brengt diezelfde werking thans
en de verdorven natuur in
hem
werkt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's