Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 404

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 404

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

398

XV. HOOFDSTUK IL

ZOND.

Adam, en

Adam

en met

in

dit geslacht besloten

wat

al

Adams

lag.

maar

„Ik heb alleen

maken met mijn

te

in

zonde, onze erfzonde en onze werkelijke

En geen mensch kan zeggen

zonde, bet staat al in noodzakelijk verband.

Ge hebt

komen zou en dus

uit dit geslacht

eigen zonde." Dit

niet waar.

is

maken ook met de zonde van uw vrouw en kinderen; ook

te

met de zonde van uw vaderland;

stad of dorp

;

ook met de zonde van uiv volk en

met de zonde der menschheid. Metterdaad

ook

dus: „de

is

zonde des ganschen menschelijken geslachts" de eenige juiste uitdrukking,

én

die

onze

anderen

tot

schuld

hun zonde verzoenen, dan kon

zijnen betalen en of

Adam, én onze medeschuld aan de schuld van

in

haar recht laat komen. Zou de Middelaar het rantsoen voor de dit niet anders gebeuren,

moest plaats hebben verzoening van de zonde van heel ons men-

er

schelijk geslacht

want onder geen mindere zonde liggen de uitverkorenen

;

geoordeeld.

Op

de Synode te Dordrecht drukte

de dood des Zoons van

doening

zonde

de

voor

is

genoegzaam

overvloedig

stand

tot

Gods

raad.

Deze

Gods

„toorn

dus

geslachts"

en

God

dood

den

op

tegen

tegen die

in

dit

uit

door te zeggen: „dat

de

der

van

gansche

de

dus de werkelijke verzoening, komt

zonde

des

menschelijke

natuur

zonde

de verzoening wordt toegepast naar

wie

de

offerande en genoeg-

een oneindige kracht en waardigheid

verzoening

er van, en

hen,

bij

van

;

tot

Maar de vrucht

wereld." alleen

men

God de eenige en volmaakte

en

brengt,

ganschen

natuur,

menschelijken

bestaat

dood

dien

er

daarin dat niet

weer

uitneemt, tenzij die natuur van het vleesch afga en zich bekeere tot den Geest.

Niets

minder dan den dood brengt deze

van vernietiging, zoodat het ophoude de Heilige Schrift niet

;

onwezen

existentie

der

van

hel;

Dood

niet in

zijnde

de

hem

hij

dood

mensch

is,

gelijk

er

nu nog

is

leven.

Sloeg nu de dood zijn slag op eens, zoo zou er geen lijden

den

zin

overkomt, eeuwig. Vandaar

doodsexistentie,

de volle dood op eens intreden. Maar dit

van

den

bestaan. Zulk een dood toch kent

althans niet voor den mensch. Voor den

evenals voor den engel, de dood, zoo

het

te

toorn.

in

u;

en

dan ontkiemt

eerst over zekeren tijd voleindt die

dood

is

dit zijn

niet zoo.

God

zijn,

maar

legt het zaad

zaad des doods allengs; en vrucht; naar

ziel

en lichaam

beide.

Nu

is

lijden dit geheele proces van de

langzame ontkieming van het zaad

des doods in ons, onder den gloed van Gods toorn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 404

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's