E voto Dordraceno - pagina 499
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLIX. HOOFDSTUK
ZOND.
501
III.
en gevoelen nog, dat oor aanduidt het oorspronkelijke in tegenstelling met afgeleide of voortgekomene. Wij gevoelen dit zoo niet meer.
daaruit
het
Voor ons
we
ten
we ook
een oorspronkelijken
hier zeggen:
onderscheid
Als
God
het
scheppend
iets
God en de
En
onstaan
is
met
is
en
en
Uw
baat
ook
bij
den
God
daar
omdat God haar gewild
beeldt
hij
heeft. Zijn
en zijn almacht één, en daarom vrijmachtig en
menschelijke wil daarentegen
zijn kleinen,
met
overstellen,
is
gebonden aan
Hem
zijn
in.
telkens wil ook
broezen, menschelijken wil tegen den wil
nietigen wil den strijd tegen
zich in, dat zijn wil beter
Gods
wil aanbin-
dan wat God
is
wil.
daar de moeite en de inspanning, die het ons nog gedurig kost, eenswillend
wil
dat
is,
zijn,
te
zijn.
daardoor tegen
zielservaring, dat
Een moeite en inspanning,
die alleen
wil,
Vraagt
tegenspraak spoorstaven
De
goed
ge, of we, bij
Gods verborgen
:
dit
voortvliegt,
is
Mijn God,
dan
lijdt
Gij mij eenszijt,
feitelijk niet altoos
zulks natuurlijk geen oogenblik
heel iets anders. Als de locomotief langs de
volgen
al
de wagens, die aangehaakt
locomotief trekt ze voort. Ze gaan niet zelven, rails.
Maar
vrachtwagen zes paarden gespannen
met de zweep
maak
Vader, die in de hemelen
o.
ons tegenstreven, dan toch
wil volbrengen,
maar
;
al
„o,
zonder tegenspreken te volbrengen."
is,
en dank voortgerold langs de
laden
om met
die zoo groot
wil ingaan, en het is uit deze pijnlijke
zijn
dan de bede opkomt
willend, en verleen Gij mij de genade,
om uw
wil
Van-
we keer op keer de kracht missen, om metterdaad met God eens-
willend te
zelf.
is.
de Pelagiaan
zit
Nog
zijn
ontleend
onze zonden, die we nog dagelijks te beweenen hebben, en van-
al
Gods
soort
het geval.
Heel deze we-
dit doel te verwezenlijken.
den beste onzer nog altoos in het hart
en
mensch van één
het intusschen niet, of ge dit al belijdt, toch
het kind van
Gods
wil in den
den mensch zulk een
nooit eenige kracht, dan kracht die aan
bezit
Nu
in
dit toch is volstrekt niet
alleen
bestaat,
zijn wijsheid
vermogend.
alles wil,
om
vermogen,
ook
dat willen én het kiezen van zijn doel én
ligt er in
wil,
en
voorbijziet,
van éénzelfde kracht waren.
wil
z.
wil alle aandrift en alle kracht ontleenen
zijn
oor-wil stelt, alsof de wil in
reld
in het leven terug
heeft een oor-wil, d. w.
het echter de aard van alle Pelagianisme, dat het dit alles
is
beheerschende
en
God
en wij menschen hebben nooit anders dan een
wil,
aan
die
wil,
Nu
moet.
term nog voor een oogenblik
dooden
dezen
roepen, dan zouden
afgeleiden
Maar moch-
het voorvoegsel oor- een doode term geworden.
is
in de hand, voor zijn
ook,
maar
ze volgen willens.
niet,
maar
ze
De
als
ziet,
paarden
zijn,
van-
maar worden tegen
ge voor een zwaar be-
en de vrachtrijder loopt,
uit,
dan volgen
die
paarden
vrachtrijder trekt ze niet, en sleurt ze
bewegen zichzelven voort achter hem, en
alleen zoo ze dit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's