E voto Dordraceno - pagina 40
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
42
ZOND.
Catechismus
niet te veel aan, dat onze
van
XXXIX. HOOFDSTUK
I.
Vraag 96 de oude
in
zakelijke indeeling naar de twee tafelen
deze
nog
voorstelling
volgt. Dit
namen
onze kerken oudtijds zoo uit de kerkelijke traditie over, en het denkbeeld
van
een
indeeling,
naar de plaatsruimte,
men
Deelt
beide
niemand
bij
dat
in,
op.
men
even
bijna
tafelen
op
de
zich de eerste drie geboden
denkt, en dan de zeven overige op de tweede, dan
tafel
en verkrijgt
veel te staan;
men
komt
toch een
den inhoud omgaat. Dan toch
die volstrekt niet geheel buiten
indeeling,
stonden
kwam
daarentegen zóó
op de eerste op
naar den inhoud der geboden, maar eenvoudig
niet
eerste tafel alleen die drie geboden, die onmiddellijk en
rechtstreeks onze verhouding tot het Goddelijk
de tweede tafel dan zeven andere geboden
Wezen
komen
regelen
terwijl
;
op
te staan, die alle zien
op het menschelijk leven. Eerst het vierde en vijfde Gebod, die voor ons
saamleven de algemeene fundamenten aanwijzen
menschelijk
geboden,
de zijn
toe,
mensch tegenover zichzelven
naaste en van den
Komt dan
hebt
ge
vanzelf
op
dingen te
drie
fundamenten, waarop deze saamleving
En
nemen.
saamleven derde
ten
dan
worden
zes,
regelen.
ook
Ten tweede op hetgeen
in dit
den ander heeft in acht te
Welnu,
juist die drie
dingen
werkelijk in de laatste zeven geboden geregeld.
Gebod
de
waardoor
verbonden
eerste op de
tot zichzelf.
en negen regelen onze wederzijdsche verhoudingen.
acht
En
hetgeen
Ten
hetgeen in die menschelijke saamleving een
tien geeft het richtsnoer
onszelf.
rust.
tegenover
letten.
leggen voor alle menschelijke saamleving het fundament. Gebod
vijf
zeven,
Gebod
ook
de op
één
met opzicht
ieder heeft te doen
en
en daarna
ge toch aan de eischen van het menschelijk saamleven op aarde
menschelijke
vier
;
en weer de verhouding tusschen den mensch en
over
die
is,
de
volgorde
is
dan
juist
wat ze
zijn
moet. Immers,
menschelijke saamleving met het Eeuwige
ligt juist in
En
aan van onze gedraging ten opzichte van
Wezen
de fundamenten, die Hij, de Heere onze God,
voor die saamleving gelegd heeft. Het
is
dus volkomen rationeel, dat eerst
de geboden komen, die onze verhouding tot het Eeuwige
Wezen
regelen
daarna de geboden, die ons aanzeggen welke fundamenten van Godswege voor onze menschelijke saamleving zijn verordend; en dat eerst alzoo de
overgang
wordt
jegens onszelven.
uw
gemaakt
Ge
krijgt
tot
onze
dan deze
verplichting jegens onzen naaste en juiste volgorde. Eerst de drie geboden,
Dan de twee geboden (4 en 5) waarin God zelf het fundament voor uw menschelijke saamleving legt. Daarop de vier geboden, die u uw plichten jegens uw naaste voorschrijven. En
die
u
ten
slotte
aan
in
God
verbinden.
het tiende Gebod de levensregel, dien ge
met
opzicht tot
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's