Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 304

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 304

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

!

304

ZOND. XXIII. HOOFDSTUK

Doch

nu ook omgekeerd,

III.

den Christus

niet in

te

gelooven,

dan nu

is

ook de schrikkelijkste openbaring en verharding ran het ongeloof.

Het ongeloof toch begint wel met nog als de

God

van God af

alleen

zoo schriklijk en ontzettend

barmhartigheden

grenzenlooze

God terug voor

de

onmachtig

ziel

hem

neder,

hem

om hem

maar

hem

ze roepen

om

zijn

haar

aankant.

wat zondaar

niet

is

na, zeggen dat hij uit den duivel

maakt de rechter der aarde zich

steenigen, en eindelijk

het volk roept

te kruisigen, terwijl al

al

is

God

en veeleer nog te boozer zich tegen

te vinden,

ze willen

op,

maar

God

dat zelfs waar die genadige

is,

openbaart,

Als eindelijk de Christus Gods verschijnt, knielt

is,

te vallen,

Christus verschijnt moet het openbaar worden, dat deze afval van

Zijn bloed

:

kome over ons

Ziedaar, de ontzaglijke zonde van het ongeloof, waarin de wereld door

haar afval van God verzonk. Als God

zijn

Christus aan de wereld schenkt,

hangt de wereld dien Christus aan het vloekhout. En datzelfde nu wat op Golgotha door heel de wereld geschied

is,

datzelfde herhaalt zich

zondaar, die met den Christus in aanraking komt. Christus niet.

Christus zich

hem

is

te

Christus

verstaan,

niet één die

den

hem

zoo

eiken

een hinder. Heel de verschijning van den

is

dat

hij

hij

omtrent

dien Christus verwerpt.

doen alle zondaren, en zoo heeft ook elk kind is

God

er die

den Christus aannam. Allen

Christus

bij

wil de zondaar den

een beleediging voor den hoogen dunk waarin

van God gedaan. Niet één

ze

is

omwandelt. En het einde

zelven

Wel

De

Dan

verworpen.

En

het

zocht, niet één die goed deed, zijn ze

eenige

afgeweken, allen hebben

verschil

tusschen hen die

Christus zijn ingelijfd en hen die in

hun ongeloof en verwerping van den

Christus

dat

volharden,

ongehoudene genade inlijving

van

bestaat in

hierin,

die verlosten

God

de Heere door een gansch

nog bovendien door een wonder

die

hun

Christus gewrocht heeft, en evenzoo door een wonder

het geloove in den Heere Jezus Christus heeft ingeplant.

DERDE HOOFDSTUK Het geloof nu

men

is

een vaste grond der dingen, die

hoopt, en een bewijs der zaken, die

men

niet

ziet.

Hebr. 11

Het dusver gevondene komt dus hierop neer: algemeenen

zin)

in

1.

:

1.

dat het geloof (in

zat in de oorspronkelijke gerechtigheid:

2.

dat het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 304

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's