E voto Dordraceno - pagina 511
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. L. HOOFDSTUK
wen
513
II.
dag tegengaan. Al hebben ze dan ook zelven dan beginnen met hun gedachten,
geert, laat ze
kommer
uitgaan naar die velen, die in zorg en
te laten
verkeeren, en schier niet
den éénen dag op den anderen te komen. Immers, dan
van
weten hoe
wat hun hart be-
al
hun gebed, ook
in
voor het minst zullen ze terstond gevoelen, dat die bede: ,Geef ons heden
ons
brood"
als ze
wel waarlijk innerlijke waarheid bevat, en geen
dan, van het gebed opgestaan, neerzien op
gedenken
om
ping,
ze
Eq
is.
bangen nood waarin anderen verkeeren, en het angstige
dien
woord van honger,
dan zullen
fictie
hun eigen overvloed en
iets
dat ze zelven nooit kenden,
na zulk een gebed,
om
ziel snijdt,
meer gevoelen van hun
allicht iets
rentmeesters Gods over hun goed te
de hand uitstrekken,
hun door de
roe-
en williger dan anders
zijn,
dienaren en dienaressen Gods te zijn in het ver-
hem
strekken van het dagelijksch brood aan
brood
die geen
heeft.
TWEEDE HOOFDSTUK. En gy
in
uw
myner hand Pi) is,
hart zegt
heeft mij dit
:
Myne
kracht, en do sterkte
vermogen verkregen. Maar
gedenken den Heere, uwen God, dat Hy het u kracht geeft om vermogen te verkrygen.
zult die
Deut. 8
In de bede
om
een bete broods, zonder meer,
ligt
volstrekte afhankelijkheid, en hiermee de wortel
van
Niet alsof er vroomheid in zou liggen, als
om
:
en
17
de betuiging onzer alle
ware vroomheid.
uw God
brood van
te vragen,
uw
ge terdege honger hebt, en niets dan de leege broodmand op
staat; in dien
18a.
tafel
maar omdat verreweg de meesten van de kinderen des menschen noodstand niet verkeeren. Helaas, het
is
zoo, er zijn ook in onze
Christenlanden nog altoos enkele gezinnen, die als ze
's
morgens ontwaken
voor de onbeantwoorde vraag staan, of ze dien dag brood zullen zien, en zoo ja, waar dit brood
hun vandaan
Jezus gewilde toestand, waarin
komen. Maar niet
zal
hij zijn
jongeren de bede
brood op de lippen legt. Zóó arm waren ling
van Jezus
is
derhalve, dat deze bede
lijksche nooddruft óns uit het hart zal
tenminste brood
is.
zijn
om
om
de door
het dagelijksch
discipelen niet.
En
de bedoe-
de vervulling van de dage-
opklimmen, ook
als er aanvankelijk,
Daar nu deze bede bovendien de vraag om brood be-
paalt tot het heden, d.
i.
tot het
brood voor dien éénen dag,
duidelijk dat, naar Jezus bedoeling, deze bede niet op zal E VOTO DOHDE. IV.
dit is
is
gaan
het alzoo
uit
33
oogen-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's